Wet op het onderwijstoezicht

WOT

Huidige tekst

Artikel 13 WOT

Geldt sinds 1 juli 2017

Onderzoekskaders 1 Onze Minister stelt op voordracht van de inspectie kaders vast waarin de werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in de artikelen 11 en 12a en voor de toepassing van de artikelen 11a en 11b is vastgelegd. In de kaders wordt onderscheid aangebracht tussen de in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde taken. 2 Voorafgaand aan de voordracht, bedoeld in het eerste lid, voert de inspectie overleg met vertegenwoordigers van het onderwijsveld en andere betrokkenen, terwijl bij onderwerpen betrekking hebbend op de vrijheid van inrichting in ieder geval overleg wordt gevoerd met de erkende richtingen. Ten behoeve van het in de vorige volzin bedoelde overleg brengt de inspectie onderscheid aan tussen de in artikel 3, eerste lid, bedoelde taken, en vermeldt zij, voor zover het de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a bedoelde taak betreft, welke bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften van toepassing zijn. De inspectie maakt van het overleg een verslag, dat door Onze Minister aan de Staten-Generaal wordt gezonden. 3 Een kader, bedoeld in het eerste lid wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:6063Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 augustus 2023 (bestuursrecht)

    WET

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:3376Rechtbank Amsterdam, 25 mei 2023 (bestuursrecht)

    Het oordeel van de Onderwijsinspectie dat het onderwijs aan de school zeer zwak is, blijft in stand. De Inspectie heeft het juiste toetsingskader toegepast en kon haar oordeel motiveren aan de hand…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.