Wet op de parlementaire enquête 2008

WPE 2008

Huidige tekst

Artikel 39 WPE 2008

Geldt sinds 9 maart 2019

  1. 1

    Een ieder heeft behoudens de beperkingen die de commissie op grond van artikel 40 aan de openbaarheid heeft gesteld, met ingang van de dag na de dag waarop de commissie haar rapport aanbiedt aan de Kamer recht op inzage in de documenten, bedoeld in artikel 35. Dit inzagerecht geldt zolang deze documenten onder de commissie onderscheidenlijk de Kamer berusten.

  2. 2

    De Kamer kan besluiten een op grond van artikel 40 aan de openbaarheid gestelde beperking op te heffen, dan wel ten aanzien van een verzoeker, die bij kennisneming een bijzonder belang heeft, buiten toepassing te laten. De Kamer kan een verzoeker geheimhouding opleggen over de inhoud van documenten waarin hem inzage is verleend.

  3. 3

    Het tweede lid is niet van toepassing op vertrouwelijke verslagen en geluidsregistraties van besloten voorgesprekken als bedoeld in artikel 8, vijfde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2026:2690Raad van State, 20 mei 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 9 april 2020 heeft de streekarchivaris van het Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg het verzoek van [wederpartij] om inzage in de documenten van de gemeentelijke…

  • ECLI:NL:RBDHA:2014:1256Rechtbank Den Haag, 4 februari 2014 (civiel recht)

    Een adviseur die de kwaliteit van het interne toezicht van woningcorporatie Rochdale in de periode 2004-2009 heeft onderzocht, moet afschriften van zijn gespreksverslagen afstaan aan de parlementaire…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.