Terug naar alle wetten

Wet op de parlementaire enquête 2008

WPE 2008

Geldende tekst van alle 46 artikelen, ingedeeld volgens het BWB-wettenregister.

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Algemene bepaling

Hoofdstuk 2 De instelling van een parlementaire enquête

  • Artikel 2De Kamer kan op voorstel van één of meer leden besluiten een parlementaire enquête te houden.
  • Artikel 3De Kamer stelt de raming op van de uitgaven, uitgesplitst naar begrotingsjaren, die naar haar oordeel voor een…

Hoofdstuk 3 De bevoegdheden van de commissie

Paragraaf 1 Algemene bepaling

  • Artikel 4De commissie kan de haar bij deze wet verleende bevoegdheden uitoefenen met ingang van de dag na de dagtekening van de…

Paragraaf 2 De bevoegdheden van de enquêtecommissie

  • Artikel 5De commissie kan schriftelijke inlichtingen vorderen.
  • Artikel 6De commissie kan afschrift van, inzage in of kennisneming van documenten vorderen.
  • Artikel 7De commissie kan, zonder toestemming van de rechthebbende, met de door haar aangewezen personen elke plaats in…
  • Artikel 8De commissie kan een besloten voorgesprek houden met personen die zij mogelijk als getuige of deskundige zal horen.
  • Artikel 9De commissie kan personen als getuige of deskundige horen.
  • Artikel 9aDe commissie kan bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage dan wel, indien het…

Paragraaf 3 Bijzondere bepalingen ten aanzien van de bevoegdheid van de commissie getuigen en deskundigen te horen

  • Artikel 10De voorzitter van de commissie roept een persoon die zij als getuige of deskundige wil horen bij aangetekende brief op…
  • Artikel 11Een getuige of deskundige wordt in een openbare zitting van de commissie gehoord.
  • Artikel 12De commissie kan, al dan niet op verzoek van de getuige of deskundige, om gewichtige redenen besluiten een verhoor of…
  • Artikel 13Voorafgaande aan het verhoor legt een getuige, mits deze de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, in handen van de…

Hoofdstuk 4 De positie van personen die verplicht zijn medewerking te verlenen aan een parlementaire enquête

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

  • Artikel 14Elke Nederlander, elke ingezetene van Nederland, elke natuurlijke persoon die in Nederland verblijf houdt, elke…
  • Artikel 15De verplichting tot medewerking geldt eveneens voor degene voor wie een verplichting tot geheimhouding geldt, ook…
  • Artikel 16Een gewezen minister of gewezen staatssecretaris verleent ten aanzien van informatie die betrekking heeft op de periode…
  • Artikel 17Een ieder kan zich in het verkeer met de commissie doen bijstaan.
  • Artikel 18Voor een vergoeding van de commissie overeenkomstig het krachtens artikel 26 van de Wet griffierechten burgerlijke…

Paragraaf 2 Verschoningsgronden

  • Artikel 19Een minister, een gewezen minister, een staatssecretaris, een gewezen staatssecretaris, een lid of bestuurder van een…
  • Artikel 20Een minister, een gewezen minister, een staatssecretaris, een gewezen staatssecretaris en een ambtenaar die ten behoeve…
  • Artikel 21Niemand is verplicht informatie aan de commissie te verstrekken, voor zover het informatie betreft over de…
  • Artikel 22Niemand is verplicht informatie aan de commissie te verstrekken, voor zover deze informatie geheime bedrijfs- en…
  • Artikel 23Niemand is verplicht informatie aan de commissie te verstrekken, voor zover deze informatie de persoonlijke levenssfeer…
  • Artikel 24Niemand is verplicht informatie aan de commissie te verstrekken, voor zover hij uit hoofde van zijn ambt of beroep tot…
  • Artikel 24aIndien een persoon van wie informatie wordt gevorderd zich genoodzaakt ziet de gevorderde informatie te weigeren op…

Hoofdstuk 5 Dwangmiddelen

  • Artikel 25De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag kan op verzoek van de commissie een persoon die weigert haar…
  • Artikel 26De voorzieningenrechter kan op verzoek van de commissie aan een bevel als bedoeld in artikel 25, eerste lid, een…
  • Artikel 27De voorzieningenrechter kan op verzoek van de commissie bepalen, dat een bevel als bedoeld in artikel 25, eerste lid…
  • Artikel 28Indien een getuige of deskundige voor de commissie is verschenen, maar zonder wettelijke grond weigert zijn verklaring…
  • Artikel 29Dit hoofdstuk is niet van toepassing op een lid van de Kamer, een minister of een staatssecretaris.

Hoofdstuk 6 De verhouding tot andere procedures

  • Artikel 30In een civielrechtelijke, strafrechtelijke, bestuursrechtelijke of tuchtrechtelijke procedure kunnen verklaringen en…
  • Artikel 31De commissie verstrekt geen informatie aan andere personen of organen ten behoeve van een strafrechtelijk…
  • Artikel 32In afwijking van artikel 30 kunnen verklaringen en documenten die in het kader van een parlementaire enquête zijn…

Hoofdstuk 7 De beëindiging van een parlementaire enquête en het einde van het lidmaatschap van de commissie

  • Artikel 33De commissie legt haar bevindingen vast in een openbaar rapport dat zij aan de Kamer aanbiedt.
  • Artikel 34Nadat de commissie aan de Kamer verantwoording over haar werkzaamheden heeft afgelegd, beëindigt de Kamer de enquête.
  • Artikel 35Met ingang van de dag dat de Kamer de enquête beëindigt, gaan van rechtswege over op de Kamer:
  • Artikel 36Het lidmaatschap van de commissie eindigt op de dag met ingang waarvan:

Hoofdstuk 8 Openbaarheid en vertrouwelijkheid van documenten

  • Artikel 37Onverminderd artikel 11, derde lid, heeft niemand tot op de dag waarop de commissie haar rapport aanbiedt aan de Kamer…
  • Artikel 38Met ingang van de dag na de dag waarop de commissie haar rapport aan de Kamer aanbiedt kan elk lid van de Kamer de…
  • Artikel 39Een ieder heeft behoudens de beperkingen die de commissie op grond van artikel 40 aan de openbaarheid heeft gesteld…
  • Artikel 40De commissie kan voor de periode na de dag waarop zij haar rapport aanbiedt aan de Kamer beperkingen stellen aan de…

Hoofdstuk 9 Slot- en overgangsbepalingen

  • Artikel 45Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de Kamer op grond van de Wet op de Parlementaire Enquête een…
  • Artikel 46De Wet op de Parlementaire Enquête wordt ingetrokken.
  • Artikel 47Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
  • Artikel 48Deze wet wordt aangehaald als:

Uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Omschrijvingen bij artikelen zijn redactioneel of de openingszin van het artikel. Dit is geen juridisch advies.