Huidige tekst
Artikel 34g WKS
- 1
Een machtiging als bedoeld in artikel 34f is met redenen omkleed en ondertekend en vermeldt: a.de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven; b.de naam of het nummer en de hoedanigheid van degene aan wie de machtiging is gegeven; c.de wettelijke bepalingen waarop de doorzoeking en het binnentreden berusten; d.het doel en voorwerp van het onderzoek; e.de dagtekening.
- 2
Indien het betreden of het doorzoeken dermate spoedeisend is dat de machtiging niet tevoren op schrift kan worden gesteld, zorgt de rechter-commissaris zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling.
- 3
De machtiging blijft ten hoogste van kracht tot en met de derde dag na die waarop zij is gegeven.
- 4
Artikel 6 van de Algemene wet op het binnentreden is niet van toepassing.