Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017

Huidige tekst

Artikel 79 Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017

Geldt sinds 1 mei 2018

  1. 1

    Artikel 76 is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag met betrekking tot persoonsgegevens die zijn verwerkt door of ten behoeve van een dienst ten aanzien van een overleden echtgenoot, geregistreerd partner, kind of ouder van de aanvrager.

  2. 2

    In de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, worden ten minste de volgende gegevens vermeld: a.naam en voorletters van de overledene; b.geboortedatum en geboorteplaats van de overledene; c.datum van overlijden en plaats van overlijden; d.de hoedanigheid van de overledene in relatie tot de aanvrager.

  3. 3

    In de gevallen dat blijkt dat de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op gegevens van een persoon die nog niet is overleden of op gegevens van een overleden persoon die niet de hoedanigheid van echtgenoot, geregistreerd partner, kind of ouder van de aanvrager heeft wordt de aanvraag niet ontvankelijk verklaard.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2020:6570Rechtbank Den Haag, 15 juli 2020 (bestuursrecht)

    Aanvraag kennisneming informatie over derde bij AIVD

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.