Wet op de architectentitel

Huidige tekst

Artikel 4 Wet op de architectentitel

Geldt sinds 1 april 2020

  1. 1

    Het bureau betrekt de beroepsorganisaties en de ongeorganiseerden bij de voorbereiding van de nadere eisen en regels, bedoeld in de artikelen 12a, tweede lid, 12b, derde lid, en 12e, tweede lid.

  2. 2

    Het bureau betrekt voorts bij de voorbereiding van de regels, bedoeld in de artikelen 12b, derde lid, en 12e, tweede lid, de onderwijsinstellingen, bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, onderdelen a tot en met c, 10, eerste lid, onderdelen a tot en met c, 11, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en 12, eerste lid, onderdelen a tot en met c.

  3. 3

    De regels die het bureau krachtens de artikelen 12b, derde lid, en 12e, tweede lid, vaststelt en de nadere eisen die het bureau krachtens artikel 12a, tweede lid, vaststelt, behoeven de goedkeuring van Onze Minister, en ingeval de regels of nadere eisen betrekking hebben op tuin- en landschapsarchitecten, van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

  4. 4

    Indien het bureau toepassing geeft aan artikel 27a, derde lid, betrekt het de beroepsorganisaties en de ongeorganiseerden bij de voorbereiding van de in dat lid bedoelde beleidsregels. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op zodanig vastgestelde beleidsregels.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.