Wet op de architectentitel

Huidige tekst

Artikel 23 Wet op de architectentitel

Geldt sinds 1 januari 2011

  1. 1

    Gerechtigd tot het voeren van de titel van architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect of een afkorting van die titel, hetzij zonder nadere aanduiding, hetzij in woordsamenstellingen waarin de titel of een afkorting daarvan voorkomt, is uitsluitend hij die onder deze titel in het register staat ingeschreven.

  2. 2

    Het bureau, beroepsorganisaties en rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die ten doel hebben of mede ten doel hebben de behartiging van belangen van de eindgebruikers van de goederen en diensten der ingeschrevenen in het register kunnen in rechte vorderen dat degene die zonder daartoe gerechtigd te zijn een titel voert als bedoeld in het eerste lid, wordt veroordeeld zich daarvan te onthouden.

  3. 3

    Deze rechtsvordering komt mede toe aan iedere gerechtigde, als bedoeld in het eerste lid, voorzover de titel wordt gevoerd waaronder de gerechtigde in het register staat ingeschreven.

  4. 4

    Van een rechtsvordering als bedoeld in het tweede en derde lid, neemt de kantonrechter kennis, behoudens hoger beroep.

  5. 5

    Het eerste tot en met vierde lid is niet van toepassing met betrekking tot het voeren van een titel als bedoeld in het eerste lid, of een afkorting van die titel, hetzij zonder nadere aanduiding, hetzij in een woordsamenstelling waarin die titel of een afkorting daarvan voorkomt, indien degene die gebruik maakt van die titel of afkorting geen werkzaamheden verricht die overeenkomen met werkzaamheden die in het economisch verkeer worden verricht door een architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:1176Parket bij de Hoge Raad, 11 december 2020 (civiel recht)

    Arbitrage. Procesrecht. Vordering tot vernietiging arbitraal vonnis. Art. 1065 lid 1 Rv. Strijd met openbare orde. Arbitraal vonnis met obiter dictum; zelfstandig dragende grond? Vgl. HR 29 april…

  • ECLI:NL:PHR:2003:AF8266Parket bij de Hoge Raad, 19 september 2003 (civiel recht)

    19 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/056HR SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen, t e g e n [Verweerder]…

  • ECLI:NL:HR:2000:AA9039Hoge Raad, 15 december 2000 (civiel recht)

    -

  • ECLI:NL:PHR:2000:AA9039Parket bij de Hoge Raad, 15 december 2000 (civiel recht)

    -

  • ECLI:NL:GHSHE:2018:64Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 januari 2018 (civiel recht)

    art. 23 Wet op de architectentitel

  • ECLI:NL:RBALK:2004:4Rechtbank Alkmaar, 8 juli 2004 (civiel recht)

    Wet op de architectentitel

  • ECLI:NL:GHLEE:2001:AD7186Gerechtshof Leeuwarden, 21 november 2001 (civiel recht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.