Wet militaire strafrechtspraak

WMSR

Huidige tekst

Artikel 9 WMSR

Geldt sinds 1 april 2020

  1. 1

    De militaire leden, bedoeld in artikel 68, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie worden op voordracht van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie bij koninklijk besluit benoemd.

  2. 2

    Tot militair lid wordt slechts benoemd een militair die voldoet aan de bij of krachtens artikel 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren gestelde beroepsvereisten, die ten minste de rang van kapitein ter zee of kolonel bekleedt en die niet behoort tot de Koninklijke marechaussee.

  3. 3

    Aan militairen met de rang van kapitein ter zee of kolonel wordt als militair lid de titulaire rang van commandeur, brigade-generaal of commodore toegekend.

  4. 4

    Artikel 6, derde, vierde, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2022:513Hoge Raad, 5 april 2022 (strafrecht)

    Militaire zaak, Schaarsbergen-zaak. Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd (art. 285 Sr). Schending van recht op behandeling zaak door onafhankelijke…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.