Wet buitengewoon pensioen 1940-1945

WBP

Huidige tekst

Artikel 8 WBP

Geldt sinds 1 januari 2011

  1. 1

    Ingeval krachtens deze wet aanspraak op buitengewoon pensioen ontstaat, wordt door de Raad de pensioengrondslag vastgesteld, naar welke het buitengewoon pensioen moet worden berekend.

  2. 2

    De pensioengrondslag wordt, overeenkomstig het bepaalde in het zevende lid, afgeleid van het jaarbedrag, dat naar redelijkheid nodig is om de deelnemer aan het verzet in staat te stellen te leven op de voet, waarop gelijksoortige valide personen, die in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar van indiening van de in artikel 24, eerste lid, bedoelde aanvraag in overeenkomstige omstandigheden als betrokkene leefden, gemiddeld leefden ten tijde van het inwerkingtreden van deze wet, met dien verstande dat, indien de omstandigheden in het eerstbedoelde jaar naar het oordeel van de Raad belangrijk afwijken van de omstandigheden in de aan dat jaar voorafgaande twee jaren, de gemiddelde omstandigheden in laatstbedoelde drie jaren in aanmerking worden genomen. Bij de vaststelling van dit jaarbedrag wordt geen rekening gehouden met de mogelijkheid van bevordering, grotere vakbekwaamheid, uitbreiding van bedrijf of andere dergelijke factoren.

  3. 3

    De Raad of de Sociale verzekeringsbank is bevoegd op daartoe door of namens betrokkene gedaan verzoek in plaats van het in het tweede lid bedoelde jaar als peiljaar aan te wijzen het jaar voorafgaande aan dat jaar, waarin het inkomen van betrokkene ten gevolge van zijn verzetsomstandigheden vermindering heeft ondergaan, of het jaar van intreden van invaliditeit, indien dit voor hem gunstiger zou zijn.

  4. 4

    Bij de vaststelling van de pensioengrondslag van een deelnemer aan het verzet, die voor het intreden van zijn invaliditeit door of in verband met het volgen van onderwijs nog geen inkomsten uit arbeid in beroep of bedrijf genoot, wordt rekening gehouden met de omstandigheden, die ten tijde van de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 24, eerste lid, ter zake van invloed zijn. Bij algemene maatregel van bestuur worden te dien aanzien nadere regelen gesteld.

  5. 5

    Het jaarbedrag bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door het peiljaar-inkomen te herleiden tot een inkomen ten tijde van het inwerkingtreden van deze wet, met toepassing van een op de indexcijfers der lonen gebaseerde rekenfactor. Deze rekenfactor wordt door Onze Minister per 1 januari 1978 vastgesteld en vervolgens telkens met ingang van 1 januari door hem herzien.

  6. 6

    Indien het jaarbedrag, bedoeld in het tweede lid, verhoogd met het percentage, waarmede het peil der buitengewone pensioenen in de periode 1947 tot en met 31 december van het voor de vaststelling van de grondslag dienende peiljaar is gestegen, als uitkomst een bedrag oplevert, dat vijf procent of meer ten achter blijft bij de inkomsten, die de deelnemer aan het verzet in dat peiljaar uit arbeid in beroep of bedrijf heeft genoten of zou hebben genoten indien hij zijn werkzaamheden in verband met zijn invaliditeit of de verergering daarvan in de loop van dat jaar heeft moeten beëindigen of indien hij in dat jaar is overleden, wordt, in afwijking van het bepaalde in het tweede en vierde lid, de grondslag, overeenkomstig het bepaalde in het zevende lid, afgeleid van het jaarbedrag dat wordt verkregen, door de inkomsten, die in het peiljaar door de deelnemer aan het verzet uit arbeid in beroep of bedrijf zijn of zouden zijn genoten, kinderbijslag of kindertoeslag daarin niet begrepen, te herleiden tot een inkomen ten tijde van het inwerkingtreden van deze wet, met toepassing van het percentage, waarmede het peil der buitengewone pensioenen is aangepast als rekenfactor.

  7. 7

    De pensioengrondslag bedraagt ten minste € 1 225,21 en ten hoogste: 100 procent van de eerste € 2813,44, 36,84 procent van de volgende € 1724,37, 30 procent van de volgende € 907,56, 20 procent van de volgende € 907,56, 10 procent van de volgende € 907,56 en 5 procent van de volgende € 1815,12 van het jaarbedrag, bedoeld in het tweede of zesde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2012:BT7126Parket bij de Hoge Raad, 31 januari 2012 (strafrecht)

    OM-cassatie. Art. 105 en 126nd Sv. De wettelijke bepalingen ter regeling van de inbeslagneming van een voorwerp en het vorderen van de uitlevering van een voorwerp daartoe, waaronder art. 105 Sv…

  • ECLI:NL:PHR:2007:BA6762Parket bij de Hoge Raad, 5 oktober 2007 (civiel recht)

    Arbeidsgeschil over loondoorbetaling; matigingsbevoegdheid ex art. 7:680a BW (81 RO).

  • ECLI:NL:RBLIM:2023:5967Rechtbank Limburg, 11 oktober 2023 (verbintenissenrecht)

    Vordering tot het afgeven van een verklaring voor recht dat een gecertificeerde instelling onrechtmatig heeft gehandeld afgewezen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2019:3207Gerechtshof Den Haag, 10 december 2019 (arbeidsrecht)

    Uitleg cao, verlofdagensysteem

  • ECLI:NL:RBROT:2018:1553Rechtbank Rotterdam, 2 februari 2018 (verbintenissenrecht)

    Uitleg 'wachtgeldregeling' in CAO. Toepassing CAO-norm. Eenzijdig afschrijven op buitenlandverlof, vierploegenverlof en cursusverlof voorafgaand aan toepassing wachtgeldregeling is niet toegestaan.

  • ECLI:NL:RBDHA:2016:13311Rechtbank Den Haag, 8 november 2016 (civiel recht)

    onrechtmatige vergelijkende reclame door het aanschrijven van de klanten van een voormalig distributeur.

  • ECLI:NL:RBAMS:2012:BY0934Rechtbank Amsterdam, 23 oktober 2012 (civiel recht)

    Eiser vordert dat de uitgever/schrijver van deel 3 van de biografie van Gerard Reve wordt gelast het betreffende deel uit de handel te (laten) nemen. Op 26 juni 2012 heeft het gerechtshof al een door…

  • ECLI:NL:CRVB:2011:BP7917Centrale Raad van Beroep, 24 februari 2011 (socialezekerheidsrecht)

    De Raad acht het, gezien de voorgeschiedenis van appellant en de aard van zijn (verzetsgerelateerde) psychische klachten, bepaald niet onaannemelijk dat appellant zijn beroep als leraar niet in een…

13 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.