Wet buitengewoon pensioen 1940-1945

WBP

Huidige tekst

Artikel 7 WBP

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Het buitengewoon pensioen wordt voorlopig toegekend, indien verandering van het invaliditeitspercentage voor de toekomst aannemelijk wordt geacht.

  2. 2

    Het voorlopig buitengewoon pensioen wordt voor tenminste één jaar en voor ten hoogste vijf jaren toegekend; een zodanig pensioen wordt opnieuw toegekend, zo dikwijls daartoe aanleiding bestaat. De termijn van ten minste één jaar is niet van toepassing bij de tweede of verdere toekenning van voorlopig buitengewoon pensioen.

  3. 3

    Indien, nadat een voorlopig buitengewoon pensioen niet is vernieuwd, op grond dat de invaliditeit van de belanghebbende is gedaald beneden 10 procent, later blijkt, dat de invaliditeit wederom tot tenminste 10 procent is gestegen, wordt opnieuw voorlopig buitengewoon pensioen, of, indien verandering van invaliditeitspercentage voor de toekomst niet aannemelijk wordt geacht, blijvend buitengewoon pensioen toegekend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2018:13242Rechtbank Den Haag, 10 oktober 2018 (verbintenissenrecht)

    Eiseres verwijt onderzoeksbureau zich niet aan de regels te hebben gehouden; vorderingen afgewezen.

  • ECLI:NL:RBZLY:2009:BL0326Rechtbank Zwolle-Lelystad, 27 november 2009 (vreemdelingenrecht)

    Weigering toezicht te staken bij recreatiewoning geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.