Wet belastingen op milieugrondslag

Wbm

Huidige tekst

Artikel 50 Wbm

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    De belasting wordt geheven ter zake van de levering van aardgas of elektriciteit via een aansluiting aan de verbruiker, alsmede ter zake van de levering van aardgas via een aansluiting aan een CNG-vulstation.

  2. 2

    Indien de verbruiker, bedoeld in het eerste lid, via een aansluiting elektriciteit op het distributienet heeft ingevoed ter zake waarvan artikel 2.31 van de Energiewet wordt toegepast, is het eerste lid van toepassing op het positieve saldo van de via de aansluiting geleverde elektriciteit minus de via de aansluiting ingevoede elektriciteit.

  3. 3

    De belasting wordt voorts geheven ter zake van: a.de levering, anders dan via een aansluiting, van aardgas of elektriciteit aan de verbruiker, of van aardgas aan een CNG-vulstation; b.het verbruik van aardgas of elektriciteit, indien dit product is verkregen door tussenkomst van een energiehandelsmarkt als bedoeld in artikel 1.1 Energiewet of een waterstofbeurs en geen sprake is van een levering via een aansluiting; c.het verbruik van aardgas of elektriciteit door degene die leveringen aan de verbruiker verricht of het verbruik van elektriciteit door een organisatorische eenheid die een energieopslagfaciliteit exploiteert; d.het verbruik van aardgas of elektriciteit, indien het aardgas of de elektriciteit is verkregen op andere wijze dan door een levering.

  4. 4

    Indien een levering van aardgas of elektriciteit wordt verricht aan een organisatorische eenheid die zich bezighoudt met het leveren van aardgas of elektriciteit of die een energieopslagfaciliteit exploiteert dan wel aan een verbruiker die op zijn beurt het geleverde aardgas of de geleverde elektriciteit levert aan een verbruiker, wordt eerstgenoemde levering niet aangemerkt als een levering als bedoeld in het eerste lid of het derde lid, onderdeel a.

  5. 5

    Het derde lid, onderdeel a, is niet van toepassing met betrekking tot de levering van elektriciteit aan een huurder van een woning, voor zover die elektriciteit door de verhuurder van die woning is opgewekt door middel van hernieuwbare energiebronnen, waarbij de productie-installatie is aangebracht op of aan het gebouw met toebehoren waarvan de woning onderdeel uitmaakt, dan wel op of aan de bij dat gebouw behorende grond met toebehoren.

  6. 6

    Het derde lid, onderdelen c en d, is niet van toepassing met betrekking tot het verbruik van: a.elektriciteit die de verbruiker heeft opgewekt door middel van hernieuwbare energiebronnen, met uitzondering van elektriciteit uit biomassa die niet als zuivere biomassa wordt aangemerkt; b.elektriciteit die de verbruiker heeft opgewekt door middel van een noodinstallatie in geval van storingen bij de levering via het distributienet; c.stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas dat de verbruiker heeft gewonnen; d.elektriciteit die de verbruiker heeft opgewekt door middel van een installatie voor elektriciteitsopwekking met een totaal opgesteld elektrisch vermogen van niet meer dan 20 megawatt.

  7. 7

    Bij of krachtens op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaraan een organisatorische eenheid die een energieopslagfaciliteit exploiteert moet voldoen.

  8. 8

    Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:186Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 januari 2026 (belastingrecht)

    Belanghebbende levert gas en elektriciteit aan tien ondernemingen die een uitbouwbedrijf uitoefenen met meerdere productielocaties met elk een eigen aansluiting voor energie. Het hof oordeelt dat de…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:138Gerechtshof Den Haag, 22 januari 2026 (belastingrecht)

    Energiebelasting (EB) en opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE). Zijn geografische gescheiden gelegen onroerende zaken van drie tuinbouwbedrijven aan te merken als een samenstel in de zin…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:7992Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 december 2025 (belastingrecht)

    Energiebelasting en opslag duurzame energie- en klimaattransitie. Levering elektriciteit aan laadpalen. Laadpalen vormen geen samenstel per gemeente en kunnen niet als één aansluiting worden…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:2327Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27 augustus 2025 (belastingrecht)

    Belastingplicht energiebelasting (EB) en opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE) voor zonnestroom. Appartementen binnen een woningencomplex krijgen via een experimentnet elektriciteit…

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:1419Gerechtshof Amsterdam, 13 mei 2025 (belastingrecht)

    Naheffingsaanslag energiebelasting en opslag duurzame energie- en klimaattransitie. Wat wordt verstaan onder "levering van elektriciteit”?

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:19315Rechtbank Den Haag, 7 november 2024 (belastingrecht)

    energiebelasting en opslag duurzame energie- en klimaattransitie. Rechtbank Den Haag oordeelt dat geen sprake is van een samenstel als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:10729Rechtbank Den Haag, 4 juli 2024 (belastingrecht)

    naheffingsaanslag energiebelasting en opslag duurzame energie- en klimaattransitie

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:283Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 januari 2024 (belastingrecht)

    Belanghebbende levert gas en elektriciteit aan verbruikers die een tuinbouwbedrijf uitoefenen met meerdere productielocaties die ieder een eigen aansluiting voor energie hebben. Belanghebbende heeft…

27 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.