Wet belastingen op milieugrondslag

Wbm

Huidige tekst

Artikel 26 Wbm

Geldt sinds 1 januari 2019

De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop: a. de afvalstoffen ter verwijdering worden afgegeven; dan wel b. de afvalstoffen binnen de inrichting waarin deze afvalstoffen zijn ontstaan, worden verwijderd; dan wel c. de geldigheidsduur van de beschikking, houdende toestemming tot overbrenging, is verlopen, en zes kalendermaanden zijn verstreken sinds de maand waarin de verklaring, bedoeld in artikel 16, onderdeel e, van de EVOA, is ontvangen, dan wel ontvangen had moeten zijn, voor alle afvalstoffen die met toepassing van de toestemming zijn overgebracht uit Nederland.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2016:1241Parket bij de Hoge Raad, 29 november 2016 (belastingrecht)

    In deze procedure is in geschil of belanghebbende tijdig een verzoek heeft gedaan om toepassing van een overgangsregeling waarin is voorzien bij de afschaffing van de afvalstoffenbelasting per 1…

  • ECLI:NL:PHR:2005:AR7288Parket bij de Hoge Raad, 20 mei 2005 (belastingrecht)

    Artikel 24 Wbm, subjectieve belastingplicht bij in Nederland binnenbrengen van aardgas door de winner.

  • ECLI:NL:PHR:1999:AA2707Parket bij de Hoge Raad, 10 maart 1999 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBBRE:2010:BM7203Rechtbank Breda, 17 mei 2010 (belastingrecht)

    Geen duaal gebruik van de door belanghebbende, suikerproducent, in haar productieproces aangewende cokes; derhalve geen recht op teruggaaf van de brandstoffenbelasting.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.