Wet ambtenaren defensie

MAW

Huidige tekst

Artikel 3 MAW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift dertien weken, indien de belanghebbende zich om redenen van dienst buiten Nederland bevindt.

  2. 2

    In afwijking van artikel 8:55, eerste lid, derde volzin, van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een verzetschrift dertien weken, indien de belanghebbende zich om redenen van dienst buiten Nederland bevindt.

  3. 3

    In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de beslistermijn zes maanden, indien een of meer belanghebbenden, getuigen of deskundigen zich om redenen van dienst buiten Nederland bevinden.

  4. 4

    Indien dringende redenen van operationele aard verhinderen dat binnen de in het derde lid bedoelde termijn wordt beslist, kan deze termijn ten hoogste twee keer met drie maanden worden verlengd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:6507Rechtbank Den Haag, 6 juli 2022 (ambtenarenrecht)

    beroep ingesteld na zes weken, artikel 3, eerste lid, van de Wet ambtenaren defensie, om redenen van dienst in buitenland

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:12050Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2021 (bestuursrecht)

    De in gebreke stelling heeft verweerder als prematuur aangemerkt waardoor aan eiser geen dwangsom verschuldigd is. Artikel 3, derde en vierde lid, van de Wad. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBMNE:2021:5375Rechtbank Midden-Nederland, 18 oktober 2021 (bestuursrecht)

    Herziening, niet evident onredelijk

  • ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1721Rechtbank 's-Gravenhage, 19 januari 2011 (ambtenarenrecht)

    De militaire functie van eisers, waarvoor slechts een voorlopige functiebeschrijving geldt, is slechts indicatief gewaardeerd. De militaire commandant was daarom jegens eisers niet gehouden tot een…

  • ECLI:NL:CRVB:2010:BP1547Centrale Raad van Beroep, 30 december 2010 (ambtenarenrecht)

    Onbevoegdverklaring Centrale Raad. Een eventuele onjuiste inhoudelijke beoordeling door de rechtbank van het aan de aangevallen uitspraak ten grondslag liggende geschil vormen op zichzelf geen grond…

  • ECLI:NL:RBSGR:2009:BL4012Rechtbank 's-Gravenhage, 20 augustus 2009 (ambtenarenrecht)

    Artikel 3, derde lid, van de Militaire Ambtenarenwet (MAW) 1931 bepaalt in afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, dat de beslistermijn zes maanden bedraagt, indien een of meer…

  • ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ8965Rechtbank 's-Gravenhage, 15 februari 2007 (ambtenarenrecht)

    Beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Beroepschrift niet tijdig ingediend. Ingevolge artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken. Ingevolge…

  • ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ8241Rechtbank 's-Gravenhage, 19 januari 2007 (ambtenarenrecht)

    militaire ambtenarenwet; bezwaar tegen vastgestelde beoordeling: termijn waarbinnen verweerder had moeten beslissen is ruimschoots overschreden. Beroep is gegrond, verweerder wordt opgedragen binnen…

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.