Wet ambtenaren defensie

MAW

Huidige tekst

Artikel 12h MAW

Geldt sinds 28 juli 2018

  1. 1

    Aan de militair ambtenaar in werkelijke dienst wordt gezondheidszorg verleend door of vanwege de militair geneeskundige dienst. De militair ambtenaar in werkelijke dienst is gehouden zich tot het voor hem aangewezen medisch zorgteam te wenden ter verkrijging van gezondheidszorg. Indien zulks onmogelijk is, kan de militair zich wenden tot een ander onderdeel van de militair geneeskundige dienst of tot een civiele arts, waarvan hij vanwege de noodzaak tot voortdurend zicht op de inzetbaarheid mededeling doet aan het voor hem aangewezen zorgteam.

  2. 2

    De militair in werkelijke dienst is verplicht de maatregelen in acht te nemen die door Onze Minister worden voorgeschreven ter bescherming van de gezondheid van de militair of die van anderen, zulks onverminderd de wettelijke mogelijkheden ten aanzien van bepaalde maatregelen van die verplichting te worden ontheven. De militair in werkelijke dienst is in geval van ziekte of gebrek verplicht zich te houden aan de voorschriften van de verantwoordelijk militair arts. Hij is evenwel niet verplicht zich te onderwerpen aan een ingreep van heelkundige aard of een andere kunstbewerking.

  3. 3

    De militair in werkelijke dienst is verplicht zich te onderwerpen aan en zijn medewerking te verlenen aan een geneeskundig of tandheelkundig onderzoek door of vanwege het voor hem aangewezen medisch zorgteam: a.indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat, dan wel voor een goede vervulling van die werkzaamheden aan bijzondere gezondheidseisen moet voldoen; b.wanneer Onze Minister dit noodzakelijk acht in verband met toelating tot een opleiding, plaatsing in een andere functie, plaatsing bij bepaalde onderdelen of in bepaalde gebieden; c.indien door zijn commandant op goede gronden wordt verondersteld dat zijn lichamelijke of geestelijke gesteldheid een beletsel vormt om naar behoren dienst te verrichten; d.bij beëindiging van het verblijf in werkelijke dienst.

  4. 4

    De militair in werkelijke dienst is verplicht zich te onderwerpen en zijn medewerking te verlenen aan een geneeskundig of tandheelkundig onderzoek indien Onze Minister op goede gronden van oordeel is, dat de militair: a.langdurig of blijvend ongeschikt is voor de vervulling de functie of de groep van functies waarvoor de militair is bestemd; b.blijvend ongeschikt is voor de vervulling van de militaire dienst. Het in de eerste volzin bedoelde onderzoek wordt verricht door artsen die niet zijn belast met het verstrekken van gezondheidszorg als bedoeld in het eerste lid. Bij het onderzoek wordt alleen met toestemming van de militair gebruik gemaakt van gegevens uit het geïntegreerd militair geneeskundig dossier.

  5. 5

    Ten behoeve van de gezondheidszorg maken de tot het medisch zorgteam behorende zorgverleners gebruik van de in het geïntegreerd militair geneeskundig dossier beschikbare medische gegevens en bescheiden.

  6. 6

    Een daartoe aangewezen militaire arts van het medisch zorgteam adviseert na overleg met de militair de commandant desgevraagd dan wel op eigen initiatief en ongeacht de toestemming van de militair over diens inzetbaarheid. Daarbij wordt geen inhoudelijke geneeskundige informatie verstrekt.

  7. 7

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en medische gegevens over militairen door of ten behoeve van het medisch zorgteam en omtrent verplichtingen van militaire artsen en overig tot de militair geneeskundige dienst behorend personeel die het registreren, kennisnemen en overdragen van medische gegevens met betrekking tot de militair betreffen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2018:836Parket bij de Hoge Raad, 25 juli 2018 (belastingrecht)

    Heden neem ik conclusie in de zaak met nummer 18/00352 naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X2], belanghebbende, tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 december…

  • ECLI:NL:PHR:2018:837Parket bij de Hoge Raad, 25 juli 2018 (belastingrecht)

    Heden neem ik conclusie in de zaak met nummer 18/00354 naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X1], belanghebbende, tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 december…

  • ECLI:NL:RVS:2023:2072Raad van State, 31 mei 2023 (bestuursrecht)

    Bij brief van 22 oktober 2020 heeft de Staatssecretaris van Defensie een verzoek van [appellant] om inzage van de medische gegevens van zijn overleden broer afgewezen. [appellant] heeft op 13…

  • ECLI:NL:GHARL:2015:6848Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 september 2015 (belastingrecht)

    Loonheffing. Militair. Invoering Wet uniformering loonbegrip. Nadelige gevolgen. Schending eigendomsrecht?

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.