Warenwetbesluit Cacao en chocolade

Huidige tekst

Artikel 3 Warenwetbesluit Cacao en chocolade

Geldt sinds 3 augustus 2003

  1. 1

    Aan de eet- of drinkwaar, krachtens § 3 aangeduid als chocolade, melkchocolade, huishoudmelkchocolade, witte chocolade, chocolata a la taza of chocolata familiar a la taza mogen worden toegevoegd: a.wat betreft andere plantaardige vetten dan cacaoboter: uitsluitend cacaoboterequivalenten; b.andere eet- of drinkwaren, met dien verstande dat: 1° toegevoegde dierlijke vetten en bereidingen daarvan uitsluitend afkomstig zijn van melk; 2° meel en zetmeel in korrel- of poedervorm slechts worden toegevoegd aan de eet- of drinkwaar, aangeduid als chocolate a la taza of aangeduid als chocolate familiar a la taza; en 3° de toegevoegde hoeveelheid niet meer dan 40% bedraagt van het totale gewicht van het eindproduct.

  2. 2

    De in het eerste lid, onder a, bedoelde andere plantaardige vetten: a.bevatten geen laurinezuur en zijn rijk aan symmetrisch enkelvoudige onverzadigde triglyceriden van het type POP, POSt en StOSt; b.zijn in elke verhouding mengbaar met cacaoboter, en zijn verenigbaar met de fysische eigenschappen van cacaoboter inzake smeltpunt en kristallisatietemperatuur, smeltsnelheid, en noodzaak van tempereren; en c.worden uitsluitend verkregen door raffinage of fractionering, zonder enzymatische verandering van de triglyceridenstructuur.

  3. 3

    De navolgende plantaardige vetten, gewonnen uit de daarbij vermelde planten, mogen met inachtneming van het tweede lid worden toegevoegd aan de in het eerste lid bedoelde waren: gebruikelijke aanduiding wetenschappelijke aanduiding van de planten waaruit de vetten gewonnen kunnen worden 1. Illipe, Borneo-talk of Tengkawang Shorea spp. 2. Palmolie Elaeis guineensis Elaeis olifera 3. Sal Shorea robusta 4. Karité/Shea Butyrospermum parkii 5. Kokum gurgi Garcinia indica 6. Mangopit Mangifera indica 4 In afwijking van het eerste lid, onder a, mag kokosolie worden toegevoegd aan de krachtens artikel 11, eerste lid, als chocolade aangeduide eet- of drinkwaar die wordt gebruikt voor de bereiding van consumptie-ijs en andere soortgelijke bevroren waren. 5 De toegevoegde hoeveelheid andere plantaardige vetten dan cacaoboter, bedoeld in het eerste lid, onder a, bedraagt ten hoogste 5% van het totale gewicht van de voor consumptie gerede waar, na aftrek van het totale gewicht van de daarin verwerkte andere eet- of drinkwaren, bedoeld in het eerste lid, onder b. Het minimumgehalte aan cacaoboter of het totaalgehalte aan droge cacaobestanddelen van de waar wordt daarbij niet verminderd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.