Huidige tekst
Artikel 20 Vr Wft
Van artikel 3:5, eerste lid, van de wet, zijn vrijgesteld stichtingen die: a.als enige activiteit hebben het tijdelijke beheer van de opvorderbare gelden ten behoeve van de rechthebbenden of degenen die zullen blijken de rechthebbenden te zijn; en b.uitsluitend werkzaam zijn voor advocaten die niet zelf gerechtigd zijn tot de opvorderbare gelden, hetgeen uit een schriftelijke overeenkomst tussen de desbetreffende stichtingen en de betrokken advocaten blijkt.
Bron: wetten.overheid.nl