Voorschrift Vreemdelingen 2000

VV

Huidige tekst

Artikel 3.34 VV

Geldt sinds 1 juli 2026

Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen onderscheidenlijk verlengen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, is de vreemdeling die niet in het bezit is van een machtiging tot voorlopig verblijf geldig voor het doel waar verblijf voor wordt gevraagd, voor een verblijfsdoel als bedoeld in kolom I, het daarachter vermelde bedrag in kolom II onderscheidenlijk kolom III verschuldigd. I. Verblijfsdoel II. Verlening of wijziging III. Verlenging a. ‘verblijf als familie- of gezinslid’ € 254 € 254 b. ‘verblijf als economisch niet- actieve langdurig ingezetene of vermogende vreemdeling’ € 254, of als vermogende vreemdeling: € 2.810 € 254, of als vermogende vreemdeling: € 1.406 c. ‘arbeid als zelfstandige’ € 423 € 423 d. ‘arbeid als kennismigrant’ € 423 € 423 e. ‘verblijf als houder van de Europese blauwe kaart’ € 423 € 423 f. ‘seizoenarbeid’ € 254 € 254 g. ‘overplaatsing binnen een onderneming’ € 423 € 423 h. ‘arbeid in loondienst’ € 423 € 423 i. ‘grensoverschrijdende dienstverlening’ € 85 € 85 j. ‘wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2016/801/EU ’ € 254 € 254 k. ‘lerend werken’ € 423 € 423 l. ‘arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel’ € 0 € 0 m. ‘studie’ € 254 € 254 n. ‘het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’ € 254 niet van toepassing o. ‘uitwisseling, al dan niet in het kader van een verdrag’ € 423 € 423 p. ‘medische behandeling’ In het kader van ‘medische behandeling’ als bedoeld in artikel 3.46, vierde lid, van het Besluit € 0, overige € 1.337 In het kader van ‘medische behandeling’ als bedoeld in artikel 3.46, vierde lid, van het Besluit € 0, overige € 466 q. ‘tijdelijke humanitaire gronden’ In het kader van ‘buiten schuld’, met uitzondering van amv’s € 423, overige € 0 In het kader van ‘buiten schuld’, met uitzondering van amv’s € 423, overige € 0 r. ‘het afwachten van een verzoek op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap ’ € 254 € 254 s. ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ In het kader van artikel 3.24aa, tweede lid, onderdeel k € 0, overige € 254 In het kader van artikel 3.24aa, tweede lid, onderdeel k € 0, in het kader van de regeling langdurig verblijvende kinderen € 214, overige € 254 t. ’grenswachter van de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk’ € 423 € 423 u. ’schepelingendienst als lid van de bemanning aan boord van het bij de aanvraag opgegeven zeeschip’ € 423 Niet van toepassing v. ‘beoefenaar van een vrij beroep in de zin van het toepasselijke Handelsakkoord’ € 423 Niet van toepassing w. alle overige verblijfsdoelen € 254 € 254

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2010:BM2314Parket bij de Hoge Raad, 9 juli 2010 (civiel recht)

    Vermogensrecht/Bestuursrecht. Collectieve actie (art. 3:305a BW). Associatieovereenkomst EEG-Turkije. Vordering van vreemdelingenorganisaties tot onverbindverklaring van ministeriële regelingen…

  • ECLI:NL:RVS:2022:2290Raad van State, 17 augustus 2022 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 27 augustus 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen…

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:8164Rechtbank Den Haag, 11 augustus 2022 (vreemdelingenrecht)

    Verwijzingsuitspraak. Prejudiciële vragen over grensoverschrijdende dienstverrichting. Vrijheid van diensten. Uitleg artikel 56 en 57 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:3985Rechtbank Den Haag, 28 april 2022 (vreemdelingenrecht)

    Leges verwesterde Afghaanse meisjes bij voortgezet verblijf op nihil bepaald. Beroep gegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:10774Rechtbank Den Haag, 5 oktober 2021 (vreemdelingenrecht)

    Aanvraag verblijfsvergunning 'niet tijdelijke humanitaire gronden'. In geschil; hoogte legesbedrag. Gegrond, verweerder heeft de kosten niet inzichtelijk gemaakt.

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:8941Rechtbank Den Haag, 11 augustus 2021 (vreemdelingenrecht)

    leges, evenredigheidsbeginsel, buitenschuld.

  • ECLI:NL:RVS:2020:144Raad van State, 20 januari 2020 (vreemdelingenrecht)

    De staatssecretaris heeft de vreemdeling op 31 oktober 2016 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:3107Rechtbank Den Haag, 15 maart 2019 (vreemdelingenrecht)

    Aanvraag verblijfsvergunning buiten behandeling gesteld, omdat eisers de verschuldigde leges niet hebben betaald. Belangenafweging in het kader van art. 8 EVRM niet ten onrechte in nadeel van eisers…

44 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.