Voorschrift Vreemdelingen 2000

VV

Huidige tekst

Artikel 1.13 VV

Geldt sinds 1 april 2019

  1. 1

    De aanvrager om erkenning als referent legt bij de aanvraag een verklaring van betalingsgedrag als bedoeld in artikel 1.1.12 van de Leidraad Invordering 2008 over, die op de datum van de aanvraag niet ouder is dan drie maanden.

  2. 2

    In afwijking van het eerste lid verstrekt de aanvrager een ondernemingsplan indien de onderneming nog geen anderhalf jaar bestaat of nog geen anderhalf jaar bedrijfsactiviteiten heeft verricht, tenzij: a.de aanvrager een onderneming of rechtspersoon betreft die het volledige eigendom met volledige zeggenschap is van een onderneming of rechtspersoon die indien deze onderneming of rechtspersoon zelf de aanvraag indient niet verplicht is een ondernemingsplan ingevolge dit artikel over te leggen, in welk geval de aanvrager een verklaring van betalingsgedrag als bedoeld in artikel 1.1.12 van de Leidraad Invordering van de onderneming of rechtspersoon waarvan het volledig eigendom is over legt; b.de aanvrager een onderneming of rechtspersoon betreft die voortkomt uit een fusie tussen twee ondernemingen of rechtspersonen die beide direct voorafgaand aan de aanvraag om erkenning zijn erkend als referent; c.de aanvrager een onderneming of rechtspersoon betreft die volledig is overgenomen door een onderneming of rechtspersoon die direct voorafgaand aan de aanvraag om erkenning zelf als referent is erkend; d.sprake is van een aanvraag om erkenning als referent vanwege een wijziging in de rechtsvorm van de onderneming of rechtspersoon van een erkend referent en uit de notariële akte blijkt dat: 1°. de aard van de ondernemingsactiviteiten niet is uitgebreid, en 2°. de zeggenschap in de nieuwe onderneming of rechtspersoon gelijk blijft; of e.de aanvrager een uitwisselingsorganisatie in het kader van uitwisseling van au pairs die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of Europese Economische Ruimte betreft.

  3. 3

    Indien de aanvrager een vestiging van een onderneming betreft die onderdeel uitmaakt van een buitenlandse onderneming, kan de aanvrager, in afwijking van het eerste en tweede lid, de continuïteit en solvabiliteit aantonen door een verklaring van bekendheid van de Netherlands Foreign Investment Agency van het Ministerie van Economische Zaken over te leggen.

  4. 4

    Indien er naar het oordeel van de Minister of de Minister van Economische Zaken twijfel bestaat of de continuïteit en solvabiliteit voldoende zijn gewaarborgd verstrekt de aanvrager, in afwijking van het eerste, tweede en derde lid: a.in het geval de aanvrager een onderneming betreft die nog geen anderhalf jaar bestaat of nog geen anderhalf jaar bedrijfsactiviteiten heeft verricht een ondernemingsplan; b.in het geval de aanvrager een onderneming betreft die langer dan anderhalf jaar maar korter dan drie jaar bestaat of langer dan anderhalf jaar maar korter dan drie jaar bedrijfsactiviteiten heeft verricht een ondernemingsplan en de beschikbare, door een onafhankelijke partij geverifieerde jaarrekeningen en geverifieerde exploitatieprognoses en liquiditeitsprognoses voor de komende twee jaar inclusief toelichting op de uitgangspunten; c.in het geval de aanvrager een onderneming betreft die langer dan drie jaar bestaat of langer dan drie jaar bedrijfsactiviteiten heeft verricht, door een onafhankelijke partij geverifieerde jaarrekeningen van de afgelopen drie jaren en geverifieerde exploitatieprognoses en liquiditeitsprognoses voor de komende twee jaar inclusief toelichting op de uitgangspunten.

  5. 5

    Voor de beoordeling of de continuïteit en solvabiliteit van de onderneming voldoende zijn gewaarborgd, worden de bewijsmiddelen, bedoeld in het tweede en vierde lid, ter advisering voorgelegd aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

  6. 6

    Indien de aanvrager om erkenning als referent in het kader van uitwisseling van au pairs een uitwisselingsorganisatie betreft die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of Europese Economische Ruimte, is een verklaring die vergelijkbaar is met de verklaring, bedoeld in het eerste lid, vereist, voor zover die in de betreffende lidstaat verkrijgbaar is. Indien een vergelijkbare verklaring niet verkrijgbaar is, toont de aanvrager op andere wijze de continuïteit en solvabiliteit aan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:14768Rechtbank Den Haag, 1 juni 2026 (vreemdelingenrecht)

    Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om erkenning als referent voor het verblijfsdoel ‘uitwisseling.’ Deze erkenning is vereist om te mogen functioneren als…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:1514Rechtbank Den Haag, 23 januari 2026 (vreemdelingenrecht)

    Verzoek om een voorlopige voorziening. Geen spoedeisend belang. Besluit niet evident onrechtmatig. Verzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:17649Rechtbank Den Haag, 16 juli 2025 (vreemdelingenrecht)

    VK – regulier, aanvraag erkenning referent voor verblijfsdoel ‘arbeid’, negatief advies RvO, nieuwe stukken niet voorleggen aan RvO, beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:2690Rechtbank Den Haag, 22 februari 2024 (vreemdelingenrecht)

    Intrekking erkenning als referent voor de categorie ‘arbeid’ omdat de continuïteit en solvabiliteit van de onderneming onvoldoende is gewaarborgd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder…

  • ECLI:NL:RVS:2023:2392Raad van State, 21 juni 2023 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 3 december 2019 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 10.000,00 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet…

  • ECLI:NL:RVS:2019:4219Raad van State, 16 december 2019 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 19 juli 2016 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vennootschap tot erkenning als referent voor het verblijfsdoel uitwisseling, afgewezen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2018:15023Rechtbank Den Haag, 12 december 2018 (vreemdelingenrecht)

    Vervolg op uitspraak van de rechtbank van 2 november 2017 (ECLI:NL:RBDHA: 2017:16713). De staatssecretaris heeft naar aanleiding van die uitspraak (die ging over een au pairbureau dat heeft gevraagd…

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:16694Rechtbank Den Haag, 24 november 2017 (vreemdelingenrecht)

    erkenning als referent voor verblijfsdoel uitwisseling, advies RVO, continuiteit en solvabiliteit niet aannemelijk gemaakt

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.