Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik

Huidige tekst

Artikel 37 Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik

Geldt sinds 25 oktober 2007

Vastleggen en opslaan van nationale gegevens over veroordeelde zedendelinquenten 1 Ten behoeve van het voorkomen en vervolgen van de overeenkomstig dit Verdrag strafbaar gestelde feiten, neemt elke Partij de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn voor het verzamelen en opslaan, in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens en andere toepasselijke regels en waarborgen die in het nationale recht zijn voorzien, van gegevens met betrekking tot de identiteit en het genetisch profiel (DNA) van personen die veroordeeld zijn wegens de overeenkomstig dit Verdrag strafbaar gestelde feiten. 2 Elke Partij stelt de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding in kennis van de naam en het adres van de uit hoofde van het eerste lid aangewezen autoriteit. 3 Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat de in het eerste lid bedoelde informatie aan de bevoegde autoriteit van een andere Partij kan worden gezonden, in overeenstemming met de voorwaarden zoals vastgelegd in haar nationale recht en in de relevante internationale instrumenten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.