Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik

Huidige tekst

Artikel 12 Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik

Geldt sinds 25 oktober 2007

Melden van de verdenking van seksuele uitbuiting of seksueel misbruik 1 Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen dat de regels inzake vertrouwelijkheid die door het nationale recht worden opgelegd aan bepaalde beroepsbeoefenaars die in het kader van hun werk met kinderen in aanraking komen, geen belemmering vormen voor de mogelijkheid, voor deze beroepsbeoefenaars, bij de diensten die voor de bescherming van kinderen verantwoordelijk zijn melding te maken van elke situatie van een kind ten aanzien waarvan zij redelijke gronden hebben om aan te nemen dat het slachtoffer is van seksuele uitbuiting of seksueel misbruik. 2 Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om elke persoon die op de hoogte is van, of, te goeder trouw, het vermoeden heeft van seksuele uitbuiting of seksueel misbruik van kinderen, aan te moedigen deze feiten bij de bevoegde diensten te melden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.