Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik

Huidige tekst

Artikel 36 Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik

Geldt sinds 25 oktober 2007

Strafproces 1 Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn, met inachtneming van de regels inzake de onafhankelijkheid van beoefenaars van juridische beroepen, om te waarborgen dat opleiding inzake de rechten van kinderen en seksuele uitbuiting en seksueel misbruik van kinderen beschikbaar is voor alle personen die bij het proces betrokken zijn, met name rechters, officieren van justitie en advocaten. 2 Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig zijn om te waarborgen, in overeenstemming met de regels van haar nationale recht, dat: a.de rechter kan bevelen dat de behandeling van de zaak achter gesloten deuren plaatsvindt; b.het slachtoffer in de rechtszaal kan worden gehoord zonder daar aanwezig te zijn, met name door toepassing van geschikte communicatietechnologieën.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.