Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel

Huidige tekst

Artikel 11 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel

Geldt sinds 16 mei 2005

Bescherming van het privé-leven 1 Elke Partij beschermt het privé-leven en de identiteit van de slachtoffers. Persoonsgegevens die op hen betrekking hebben worden opgeslagen en gebruikt in overeenstemming met de bepalingen vervat in het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens. 2 Elke Partij neemt maatregelen om in het bijzonder te waarborgen dat de identiteit of details die identificatie mogelijk maken, van een kind dat slachtoffer is van mensenhandel niet openbaar worden gemaakt, noch via de media, noch via andere middelen, behalve, in uitzonderlijke omstandigheden, om het traceren van familieleden te vergemakkelijken of anderszins het welzijn en de bescherming van het kind te verzekeren. 3 Elke Partij overweegt, overeenkomstig artikel 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden zoals uitgelegd door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, maatregelen te nemen teneinde de media aan te moedigen het privé-leven en de identiteit van slachtoffers te beschermen door middel van zelfregulering of door regulering of co-regulering.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.