Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel

Huidige tekst

Artikel 30 Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel

Geldt sinds 16 mei 2005

Rechtszittingen In overeenstemming met Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, met name artikel 6, neemt elke Partij de wetgevende en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om in de gerechtelijke procedure het volgende te waarborgen: a de bescherming van het privé-leven van het slachtoffer en, wanneer passend, zijn/haar identiteit; b. de veiligheid van het slachtoffer en bescherming tegen intimidatie, in overeenstemming met de voorwaarden voorzien in haar nationale recht en daarbij, in het geval van kinderen die het slachtoffer zijn, in het bijzonder rekening te houden met de behoeften van kinderen en hun recht op bijzondere beschermingsmaatregelen te waarborgen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.