Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op wisselbrieven en orderbriefjes

Huidige tekst

Artikel 17 Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op wisselbrieven en orderbriefjes

Geldt sinds 1 januari 1934

Het blijft aan de wetgeving van ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen voorbehouden, de gronden te bepalen van stuiting en schorsing van de verjaring, der uit eenen wisselbrief voortvloeiende rechtsvorderingen, waarvan hare rechtbanken moeten kennisnemen. De andere Hooge Verdragsluitende Partijen hebben de bevoegdheid de voorwaarden te bepalen, waaronder zij zoodanige gronden zullen erkennen. Hetzelfde geldt ten aanzien van het gevolg eener rechtsvordering als middel om den verjaringstermijn, voorzien bij artikel 70, lid 3, van de eenvormige wet, te doen loopen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.