Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op wisselbrieven en orderbriefjes

Huidige tekst

Artikel 15 Verdrag tot invoering van een eenvormige wet op wisselbrieven en orderbriefjes

Geldt sinds 1 januari 1934

Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen is vrij te bepalen, dat in geval van verval of van verjaring, eene rechtsvordering zal blijven bestaan tegen den trekker, die geen fonds heeft bezorgd of tegen eenen trekker of eenen endossant, die zich op onrechtmatige wijze heeft verrijkt. Dezelfde bevoegdheid bestaat, in geval van verjaring, wat betreft den acceptant, die fonds heeft ontvangen of zich op onrechtmatige wijze heeft verrijkt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.