Verdrag nopens het wegverkeer

Huidige tekst

Artikel I Verdrag nopens het wegverkeer

Geldt sinds 19 oktober 1952

I Remmen a Remmen van motorrijtuigen, behalve motorrijwilen met of zonder zijspan. Elk motorrijtuig is voorzien van remmen, waarmede zijn beweging kan worden beheerst en waarmede het doeltreffend, veilig en snel tot stilstand kan worden gebracht bij elke wijze van belading en op elke opwaartse of nederwaartse helling, waarop ermede wordt gereden. De remmen worden bediend door middel van twee zodanig gebouwde toestellen, dat bij onklaar raken van de ene reminrichting het motorrijtuig met de andere binnen redelijke afstand tot stilstand kan worden gebracht. In deze Bijlage wordt één van deze reminrichtingen aangeduid met „bedrijfsrem” en de andere met „andere rem”. De andere rem moet uitsluitend langs mechanische weg kunnen worden vastgezet en in aangezette stand, zelfs bij afwezigheid van de bestuurder, blijven staan. Elk der reminrichtingen moet wielen kunnen beremmen, welke zich symmetrisch aan weerszijden van het voertuig bevinden. De remoppervlakken moeten voortdurend met de wielen zijn verbonden zonder dat die verbinding anders dan voor een ogenblik door middel van een koppeling, schakelbak of vrij wiel verbroken kan worden. Tenminste één der reminrichtingen moet kunnen werken op remoppervlakken, welke hetzij onmiddellijk aan de wielen zijn bevestigd, hetzij door middel van onderdelen, welke niet onklaar kunnen raken. b Remmen van aanhangwagens. Elke aanhangwagen met een toegestaan maximum gewicht van meer dan 750 kg. (1.650 lbs.) is voorzien van tenminste één reminrichting, welke tenminste de helft van het aantal wielen beremt, waarbij de beremde wielen zich symmetrisch aan weerszijden van het voertuig moeten bevinden. Deze bepalingen zijn evenwel ook van toepassing ten aanzien van aanhangwagens, welker toegestaan maximum gewicht weliswaar niet meer bedraagt dan 750 kg. (1.650 lbs), doch meer dan anderhalf maal het ledig gewicht van het trekkende motorrijtuig. De reminrichting van aanhangwagens met een toegestaan maximum gewicht van meer dan 3500 kg. (7.700 lbs.) moet kunnen worden bediend door gebruik van de bedrijfsrem van het trekkende motorrijtuig. Wanneer het toegestane maximum gewicht van de aanhangwagen niet meer bedraagt dan 3500 kg. (7.700 lbs.), mag de reminrichting in werking worden gesteld door het enkele oplopen van de aanhangwagen op het trekkende motorrijtuig, (oplooprem). De reminrichting van de aanhangwagen moet kunnen verhinderen, dat de wielen van de aanhangwagen draaien, wanneer deze is afgekoppeld. Elke aanhangwagen, voorzien van een rem, is voorzien van een inrichting, waarmede de aanhangwagen automatisch tot stilstand wordt gebracht, indien de koppeling tijdens het rijden losraakt. Deze bepaling is niet van toepassing op tweewielige kampeeraanhangwagens of lichte bagageaanhangwagens, welker gewicht meer dan 750 kg (1.650 lbs.) bedraagt, mits zij buiten de hoofdkoppeling zijn voorzien van een reserve-koppeling in de vorm van een ketting of kabel. c Remmen van gelede motorrijtuigen en van samenstellen van motorrijtuigen en aanhangwagens. 1. Gelede motorrijtuigen. De bepalingen, vervat onder a van dit Deel, zijn van toepassing op elke trekker met oplegger. Een oplegger met een toegestaan maximum gewicht van meer dan 750 kg. (1.650 lbs.) is voorzien van tenminste een reminrichting, welke kan worden bediend door gebruik van de bedrijfsrem van het trekkende motorrijtuig. De reminrichting van een oplegger moet bovendien kunnen verhinderen, dat de wielen van de oplegger draaien, indien deze is afgekoppeld. Voorzover de nationale voorschriften zulks vereisen, is een oplegger, voorzien van een rem, uitgerust met een inrichting, welke de oplegger automatisch tot stilstand brengt, indien tijdens het rijden de koppeling losraakt. 2. Samenstellen van motorrijtuigen en aanhangwagens. Elk samenstel van een motorrijtuig en een of meer aanhangwagens is voorzien van remmen, waarmede zijn beweging kan worden beheerst en waarmede het doeltreffend, veilig en snel tot stilstand kan worden gebracht bij elke wijze van belading en op elke opwaartse of nederwaartse helling, waarop ermede wordt gereden. d Remmen van motorrijwielen met of zonder zijspan. Elk motorrijwiel is voorzien van twee reminrichtingen, welke met de hand of met de voet mogen worden bediend, waarmede zijn beweging kan worden beheerst en waarmede het doeltreffend, veilig en snel tot stilstand kan worden gebracht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.