Huidige tekst
Artikel 10 Verdrag nopens de vrijheid van de doorvoer met Statuut
De tractaten, verdragen of afspraken, gesloten of gemaakt door de Verdragstaten op het stuk van doorvoer vóór den 1sten Mei 1921, vervallen niet tengevolge van de inwerkingtreding van dit Statuut. Op grond van deze niet-buitenwerkingstelling verbinden de Verdragstaten zich, hetzij bij het afloopen van deze regelingen, hetzij zoodra de omstandigheden het mogelijk maken, in die van de aldus gehandhaafde regelingen, welke inbreuk maken op de bepalingen van dit Statuut, de wijzigingen aan te brengen, noodig om ze met die bepalingen te doen overeenstemmen, voorzoover de aardrijkskundige, economische of technische omstandigheden der landen of streken, die het onderwerp van die regelingen uitmaken, het toelaten. De Verdragstaten verbinden zich bovendien in de toekomst geen tractaten, verdragen of afspraken te sluiten, die strijdig zouden zijn met de bepalingen van dit Statuut en die niet gerechtvaardigd zouden zijn door aardrijkskundige, economische of technische omstandigheden, welke grond kunnen opleveren om bij uitzondering ervan af te wijken. De Verdragstaten kunnen overigens plaatselijke overeenkomsten betreffende den doorvoer afsluiten in overeenstemming met de beginselen van dit Statuut.