Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst

EVO

Huidige tekst

Artikel 4 EVO

Geldt sinds 1 oktober 1998

Het recht, dat bij gebreke van een rechtskeuze door partijen toepasselijk is 1 Voor zover geen keuze overeenkomstig artikel 3 van het op de overeenkomst toepasselijke recht is gedaan, wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst is verbonden. Indien evenwel een deel van de overeenkomst kan worden afgescheiden en dit deel nauwer verbonden is met een ander land, kan hierop bij wijze van uitzondering het recht van dat andere land worden toegepast. 2 Behoudens het vijfde lid wordt vermoed dat de overeenkomst het nauwst is verbonden met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten, op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst haar gewone verblijfplaats, of, wanneer het een vennootschap, vereniging of rechtspersoon betreft, haar hoofdbestuur heeft. Indien de overeenkomst evenwel in de uitoefening van het beroep of het bedrijf van deze partij werd gesloten, is dit het land waar zich haar hoofdvestiging bevindt of, indien de prestatie volgens de overeenkomst door een andere vestiging dan de hoofdvestiging moet worden verricht, het land waar zich deze andere vestiging bevindt. 3 Voor zover de overeenkomst een zakelijk recht op of een recht tot gebruik van een onroerend goed tot onderwerp heeft wordt, ongeacht het tweede lid, vermoed dat de overeenkomst het nauwst is verbonden met het land waar het onroerend goed is gelegen. 4 Het vermoeden van het tweede lid geldt niet voor de overeenkomst tot vervoer van goederen. Wanneer bij een dergelijke overeenkomst het land waar de vervoerder zijn hoofdvestiging heeft ten tijde van de sluiting, tevens het land is waar de plaats van de inlading of lossing, dan wel de hoofdvestiging van de verzender is gelegen, wordt vermoed dat de overeenkomst het nauwst is verbonden met dat land. Voor de toepassing van dit lid wordt als overeenkomst tot vervoer van goederen beschouwd de bevrachting voor een enkele reis en iedere andere overeenkomst die hoofdzakelijk het vervoer van goederen betreft. 5 Het tweede lid vindt geen toepassing indien niet kan worden vastgesteld welke de kenmerkende prestatie is. De vermoedens van het tweede, derde en vierde lid gelden niet wanneer uit het geheel der omstandigheden blijkt dat de overeenkomst nauwer is verbonden met een ander land.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2020:1443Hoge Raad, 18 september 2020 (internationaal privaatrecht)

    Caribische zaak. IPR. Kan aan regel van Frans verzekeringsrecht, die dekkingsbeperking voor lichamelijk letsel verbiedt, als dwingende bepaling (voorrangsregel) gevolg worden toegekend indien…

  • ECLI:NL:PHR:2020:267Parket bij de Hoge Raad, 20 maart 2020 (internationaal privaatrecht)

    Caribische zaak. IPR. Verzekeringsrecht. Doorwerking dwingende bepaling van Frans verzekeringsrecht op door recht van Sint Maarten beheerste verzekeringsovereenkomst?; voorrangsregel…

  • ECLI:NL:PHR:2019:432Parket bij de Hoge Raad, 19 april 2019 (internationaal privaatrecht)

    Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Vennootschapsrecht. Faillissementsrecht. IPR. Heeft buitenlandse moedervennootschap (Centrale Bank van vreemde Staat) van een Nederlandse, later gefailleerde…

  • ECLI:NL:PHR:2017:510Parket bij de Hoge Raad, 9 juni 2017 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Internationaal privaatrecht. Verzekeringsrecht. Naar welk recht moet worden beoordeeld of een in Nederland gevestigde assurantietussenpersoon een beroepsfout heeft gemaakt jegens…

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:2538Gerechtshof Amsterdam, 26 september 2025 (civiel recht)

    Overeenkomst van geldlening. Artikel 4 EVO. Nederlands recht van toepassing. Vordering is verjaard.

  • ECLI:NL:OGHACMB:2025:174Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 1 juli 2025 (civiel recht)

    Sint Maarten. Aansprakelijkheidverzekering motorrijtuigen. Verzekerde som. Verband met HR 18 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1443.

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:1093Rechtbank Midden-Nederland, 19 maart 2025 (verbintenissenrecht)

    Zijn gedaagden tekort geschoten in hun contractuele verbintenissen of hebben zij onrechtmatig gehandeld tegenover beleggers die Dividendverträge hebben afgesloten en daarmee gelden hebben…

  • ECLI:NL:RBLIM:2024:9350Rechtbank Limburg, 11 december 2024 (civiel recht)

    Bijzondere overeenkomst; arbeidsrecht; vordering ex CAO

278 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.