Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst

EVO

Huidige tekst

Artikel 3 EVO

Geldt sinds 1 oktober 1998

Rechtskeuze door partijen 1 Een overeenkomst wordt beheerst door het recht dat partijen hebben gekozen. De rechtskeuze moet uitdrukkelijk zijn gedaan of voldoende duidelijk blijken uit de bepalingen van de overeenkomst of de omstandigheden van het geval. Bij hun keuze kunnen partijen het toepasselijke recht aanwijzen voor de overeenkomst in haar geheel of voor slechts een onderdeel daarvan. 2 Partijen kunnen te allen tijde overeenkomen de overeenkomst aan een ander recht te onderwerpen dan het recht dat deze voorheen, hetzij op grond van een vroegere rechtskeuze overeenkomstig dit artikel, hetzij op grond van een andere bepaling van dit Verdrag, beheerste. Een wijziging in de rechtskeuze door partijen na de totstandkoming van de overeenkomst is niet van invloed op de formele geldigheid van de overeenkomst in de zin van artikel 9 en doet geen afbreuk aan rechten van derden. 3 De keuze door partijen van een buitenlands recht, al dan niet gepaard gaande met de aanwijzing van een buitenlandse rechter, laat, wanneer alle overige elementen van het geval op het tijdstip van deze keuze met een enkel land zijn verbonden, onverlet de bepalingen waarvan volgens het recht van dat land niet bij overeenkomst mag worden afgeweken, hierna „dwingende bepalingen” te noemen. 4 De vraag of er overeenstemming tussen partijen tot stand is gekomen over de keuze van het toepasselijke recht en of deze overeenstemming geldig is, wordt beheerst door de artikelen 8, 9 en 11.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:267Parket bij de Hoge Raad, 20 maart 2020 (internationaal privaatrecht)

    Caribische zaak. IPR. Verzekeringsrecht. Doorwerking dwingende bepaling van Frans verzekeringsrecht op door recht van Sint Maarten beheerste verzekeringsovereenkomst?; voorrangsregel…

  • ECLI:NL:PHR:2017:510Parket bij de Hoge Raad, 9 juni 2017 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Internationaal privaatrecht. Verzekeringsrecht. Naar welk recht moet worden beoordeeld of een in Nederland gevestigde assurantietussenpersoon een beroepsfout heeft gemaakt jegens…

  • ECLI:NL:PHR:2016:53Parket bij de Hoge Raad, 12 februari 2016 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Bewijsrecht, IPR. Vervolg op HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1585, NJ 2015/287. Valsheid handtekening; bewijslast. Toepasselijk recht op (voor)overeenkomst houdende schikking.…

  • ECLI:NL:HR:2012:BV1523Hoge Raad, 6 april 2012 (civiel recht)

    Documentair krediet. Toepasselijk recht. Procesrecht. Oordeel dat geopende documentaire accreditieven kasaccreditieven en niet acceptatie- of negotiatiekredieten zijn, en dat op bank te trekken…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:1093Rechtbank Midden-Nederland, 19 maart 2025 (verbintenissenrecht)

    Zijn gedaagden tekort geschoten in hun contractuele verbintenissen of hebben zij onrechtmatig gehandeld tegenover beleggers die Dividendverträge hebben afgesloten en daarmee gelden hebben…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:18239Rechtbank Den Haag, 7 november 2024 (arbeidsrecht)

    Kortgedingvonnis in verzet; loopstop ten onrechte opgelegd

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:1755Gerechtshof Amsterdam, 25 juni 2024 (civiel recht)

    Zaak met internationale aspecten. Welk recht is toepasselijk? Uitleg van door geïntimeerde tegenover appellante in 2009 afgelegde schriftelijke verklaring: delcrederebeding noch borgtocht. Verjaring…

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:418Rechtbank Amsterdam, 26 januari 2024 (verbintenissenrecht)

    De restschuld na verkoop van de woning moet worden voldaan aan de bank, want er is geen sprake van kwijtschelding.

156 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.