Huidige tekst
Artikel 8 LC 1972
Voorschrift 8 Verbrandingsgebieden 1 Bij het vaststellen van de criteria voor het kiezen van verbrandingsgebieden wordt, behalve met de bepalingen genoemd in Bijlage III bij het Verdrag, rekening gehouden met het volgende: (a) de voor de verspreidingsmogelijkheden bepalende atmosferische kenmerken van het gebied, zoals windsnelheid en -richting, stabiliteit van de atmosfeer, de veelvuldigheid waarmee zich inversie-verschijnselen en mist voordoen, soort en hoeveelheid neerslag, luchtvochtigheid, ten einde te kunnen vaststellen welke invloed de uit de verbrandingsinrichting op zee vrijkomende verontreinigingen zouden kunnen hebben op het omringende milieu, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de mogelijkheid dat verontreinigingen door de atmosfeer naar kustgebieden worden gevoerd; (b) de voor de verspreidingsmogelijkheden bepalende kenmerken van het zeegebied ten einde vast te stellen wat de mogelijke invloed van interactie tussen de rookpluim en het wateroppervlak is; (c) de aanwezigheid van hulpmiddelen voor de navigatie. 2 Aan de coördinaten van de blijvend aangewezen verbrandingsgebieden zal ruime bekendheid worden gegeven; zij zullen worden medegedeeld aan de Organisatie.