Huidige tekst
Artikel 6 LC 1972
Voorschrift 6 Registratieapparatuur en registratie 1 Voor de verbrandingsinrichtingen op zee worden registratie-apparatuur of -methoden gebruikt die zijn goedgekeurd krachtens Voorschrift 3. Bij iedere verbranding worden ten minste de volgende gegevens geregistreerd en bewaard voor inspectie door de Verdragsluitende Partij die de vergunning heeft afgegeven: (a) onafgebroken metingen van de temperatuur met behulp van goedgekeurde apparatuur voor temperatuurmeting; (b) de datum en de tijdsduur van de verbranding alsmede gegevens betreffende het afval dat verbrand wordt; (c) de positie van het schip, vast te stellen met geëigende navigatiemiddelen; (d) de toevoersnelheid van afval en brandstof - voor vloeibaar afval en brandstof wordt de toevoersnelheid onafgebroken geregistreerd; dit geldt niet voor schepen die op of vóór 1 januari 1979 in bedrijf waren; (e) de concentratie van CO en CO 2 in verbrandingsgassen; (f) de koers en de snelheid van het schip. 2 De bewijzen van goedkeuring en de afschriften van de inspectierapporten, die overeenkomstig Voorschrift 3 zijn afgegeven c.q. opgesteld, alsmede de afschriften van de verbrandingsvergunningen die zijn afgegeven door een Verdragsluitende Partij voor in een verbrandingsinrichting te verbranden afval of andere stoffen worden bewaard op de verbrandingsinrichting op zee.