Huidige tekst
Artikel 3 LC 1972
Voorschrift 3 Goedkeuring en inspecties van het verbrandingssysteem 1 Het verbrandingssysteem voor iedere voorgestelde verbrandingsinrichting op zee wordt onderworpen aan de hieronder omschreven inspecties. Overeenkomstig het bepaalde in artikel VII, eerste lid, van het Verdrag, verzekert de Verdragsluitende Partij die voornemens is een verbrandingsvergunning af te geven dat de inspecties van de te gebruiken verbrandingsinrichting op zee zijn uitgevoerd en dat het verbrandingssysteem voldoet aan het bepaalde in deze Voorschriften. Indien de eerste inspectie is uitgevoerd onder leiding van een Verdragsluitende Partij, dan wordt door deze Partij een bijzondere vergunning afgegeven waarin staan vermeld de vereisten waaraan de inrichting bij het onderzoek moest voldoen. De resultaten van iedere inspectie worden neergelegd in een inspectierapport. (a) Een eerste inspectie wordt uitgevoerd ten einde te verzekeren dat bij de verbranding van afval of andere stoffen het verbrandingsen vernietigingsrendement meer dan 99,9 procent bedraagt. (b) Als onderdeel van de eerste inspectie moet de Staat onder leiding waarvan de inspectie wordt uitgevoerd: (i) de plaats van opstelling, het type en de wijze van gebruik van apparatuur voor het meten van de temperatuur goedkeuren; (ii) het systeem waarmee gasmonsters worden genomen, met inbegrip van plaatsen van monstername, analyse-apparatuur en de wijze van registratie, goedkeuren; (iii) verzekeren dat goedgekeurde apparatuur is opgesteld die de toevoer van afval naar de verbrandingsinrichting automatisch afsluit indien de temperatuur beneden goedgekeurde minimumwaarden daalt; (iv) verzekeren dat het niet mogelijk is zich te ontdoen van afval of andere stoffen uit de verbrandingsinrichting op zee behalve door middel van de verbrandingsinrichting bij normaal gebruik; (v) de apparatuur waarmee de toevoersnelheid van afval en brandstof wordt gecontroleerd en geregistreerd, goedkeuren; (vi) de werking van het verbrandingssysteem verifiëren door intensieve controlemetingen boven in de schoorsteen uit te voeren, waarbij onder meer metingen worden verricht naar O 2, CO, CO 2, gehalogeneerde organische stoffen en totale koolwaterstoffen, bij welke proeven afval wordt gebruikt dat typerend is voor het afval dat zal worden verbrand. (c) Het verbrandingssysteem wordt ten minste om de twee jaar geïnspecteerd om te verzekeren dat de verbrandingsinrichting blijft voldoen aan deze Voorschriften. Bij de tweejaarlijkse inspectie zal worden uitgegaan van een evaluatie van de exploitatiegegevens en de onderhoudsregistratie over de voorgaande twee jaren. 2 Na de bevredigende uitvoering van een inspectie wordt door een Verdragsluitende Partij een bewijs van goedkeuring afgegeven indien is vastgesteld dat het verbrandingssysteem voldoet aan deze Voorschriften. Een afschrift van het inspectierapport wordt aan het bewijs van goedkeuring gehecht. Een bewijs van goedkeuring dat is afgegeven door een Verdragsluitende Partij wordt door de andere Verdragsluitende Partijen erkend, tenzij er duidelijke redenen bestaan om aan te nemen dat het verbrandingssysteem niet voldoet aan deze Voorschriften. Een afschrift van ieder bewijs van goedkeuring en van ieder inspectierapport wordt ingediend bij de Organisatie. 3 Nadat een inspectie is uitgevoerd, mogen zonder goedkeuring van de Verdragsluitende Partij die het bewijs van goedkeuring heeft afgegeven, geen veranderingen van betekenis worden aangebracht waardoor de werking van het verbrandingssysteem zou kunnen worden aangetast.