Verdrag betreffende de status van vluchtelingen

Huidige tekst

Artikel 31 Verdrag betreffende de status van vluchtelingen

Geldt sinds 1 augustus 1956

Illegale vluchtelingen in het land van toevlucht 1 De Verdragsluitende Staten zullen geen strafsancties, op grond van onrechtmatige binnenkomst of onrechtmatig verblijf, toepassen op vluchtelingen die, rechtstreeks komend van een grondgebied waar hun leven of vrijheid in de zin van artikel 1 werd bedreigd, zonder toestemming hun grondgebied binnenkomen of zich aldaar bevinden, mits zij zich onverwijld bij de autoriteiten melden en deze overtuigen, dat zij geldige redenen hebben voor hun onrechtmatige binnenkomst of onrechtmatige aanwezigheid. 2 De Verdragsluitende Staten zullen de bewegingsvrijheid van zodanige vluchtelingen niet verder beperken dan noodzakelijk; deze beperkingen zullen alleen worden toegepast totdat hun status in het land van toevlucht is geregeld of totdat zij er in geslaagd zijn toegelaten te worden in een ander land. De Verdragsluitende Staten zullen aan deze vluchtelingen een redelijk uitstel, alsmede de nodige faciliteiten, verlenen teneinde toelating te verkrijgen in een ander land.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1571Hoge Raad, 29 september 2026 (strafrecht)

    Voorhanden hebben van valse Poolse verblijfskaart door in België verblijvende verdachte (Russische nationaliteit), art. 231.2 Sr. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging…

  • ECLI:NL:PHR:2026:638Parket bij de Hoge Raad, 30 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Voorhanden hebben Poolse verblijfskaart, waarvan de verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals was (art. 231 Sr). (Tijdelijk) vervolgingsbeletsel openbaar ministerie vanwege…

  • ECLI:NL:HR:2022:31Hoge Raad, 18 januari 2022 (strafrecht)

    Opzettelijk gebruik maken van vals Pools rijbewijs, art. 231.2 Sr. Heeft hof toereikend gereageerd op verweer dat OM o.g.v. art. 31.1 Vluchtelingenverdrag n-o moet worden verklaard in vervolging? HR…

  • ECLI:NL:PHR:2020:271Parket bij de Hoge Raad, 24 maart 2020 (strafrecht)

    Conclusie AG. Identiteitsbewijs a.b.i. art. 1 Wet op de identificatieplicht (identiteitskaart) o.g.v. valse persoonsgegevens doen verstrekken, art. 231.1 Sr. Aan uit Iran afkomstige verdachte, die in…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:2515Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27 augustus 2026 (strafrecht)

    Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. Artikel 31 Vluchtelingenverdrag. Een vreemdeling behoort niet te worden vervolgd wegens het onmiskenbaar in het kader van zijn vlucht in het…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2220Gerechtshof Amsterdam, 11 augustus 2026 (strafrecht)

    Overweging ten aanzien van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging. Vrijspraak van art 231 Sr nu niet kan worden vastgesteld dat een Spaanse verblijfsvergunning valt onder…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:4673Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 juli 2026 (strafrecht)

    Opzettelijk gebruikmaken van een valse Belgische verblijfskaart (art. 231 lid 2 Sr subsidiair art. 225 lid 2 Sr) door een Syriër die kort na het inreizen van Nederland een asielaanvraag heeft…

  • ECLI:NL:GHSHE:2024:3726Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21 november 2024 (strafrecht)

    Een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht voorhanden hebben, waarvan zij redelijkerwijs moet vermoeden, dat het vals is.

82 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.