Verdrag betreffende de status van vluchtelingen

Huidige tekst

Artikel 6 Verdrag betreffende de status van vluchtelingen

Geldt sinds 1 augustus 1956

Paragraaf 6 1 De vernieuwing of de verlenging van de geldigheidsduur van het document behoort tot de bevoegdheid van de autoriteit die het heeft afgegeven, zolang de houder zich niet rechtmatig op een ander grondgebied heeft gevestigd en rechtmatig verblijft op het grondgebied van genoemde autoriteit. De afgifte van een nieuw document behoort, onder dezelfde voorwaarden, tot de bevoegdheid van de autoriteit die het vorige document heeft afgegeven. 2 De speciaal voor dit doel gemachtigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordigers zijn bevoegd de geldigheid van de door hun onderscheiden regeringen verstrekte reisdocumenten voor de duur van ten hoogste zes maanden te verlengen. 3 De Verdragsluitende Staten zullen in welwillende overweging nemen, de geldigheidsduur van reisdocumenten te hernieuwen of te verlengen of nieuwe documenten te verstrekken aan de niet langer rechtmatig op hun grondgebied verblijvende vluchtelingen die niet in staat zijn een reisdocument te verkrijgen van het land van hun regelmatig verblijf.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.