Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering

Huidige tekst

Artikel 23 Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering

Geldt sinds 27 juni 1959

Wanneer de onvermogende zich bevindt in een ander land, dan dat waar de kosteloze rechtsbijstand moet worden aangevraagd, kan zijn verzoek tot het verkrijgen van rechtsbijstand, vergezeld van de bewijzen, de verklaringen van onvermogen en, in voorkomend geval, de andere bewijsstukken benodigd voor de beoordeling van de aanvrage, door de consul van zijn land worden overgelegd aan de autoriteit, die bevoegd is op de aanvrage te beschikken of aan de autoriteit, aangewezen door de Staat, waar de aanvrage moet worden beoordeeld. De bepalingen, vervat in artikel 9, leden 2, 3 en 4, en in de artikelen 10 en 12 betreffende de rogatoire commissiën, zijn van toepassing op de overmaking van aanvragen tot verkrijging van kosteloze rechtsbijstand en de bijlagen daarvan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.