Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering

Huidige tekst

Artikel 18 Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering

Geldt sinds 27 juni 1959

De veroordelingen in de kosten van het geding, uitgesproken in een van de verdragsluitende Staten tegen de eiser of de tussenkomende partij, die hetzij krachtens de bepalingen van artikel 17, leden 1 en 2, hetzij krachtens de wet van de Staat, op wiens grondgebied het geding is aangelegd, vrijgesteld zijn van de zekerheidstelling, het dépôt of de storting, worden ingevolge een langs diplomatieke weg gedaan verzoek, kosteloos uitvoerbaar verklaard door de bevoegde autoriteit in iedere der andere verdragsluitende Staten. Dezelfde regel is van toepassing op de rechterlijke uitspraken, waardoor het bedrag der kosten in het geding later is bepaald. De voorafgaande bepalingen beletten niet, dat twee verdragsluitende Staten zich verstaan om toe te laten, dat het verzoek om uitvoerbaarverklaring ook rechtstreeks door de belanghebbende partij wordt gedaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.