Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming

UAVG

Huidige tekst

Artikel 48 UAVG

Geldt sinds 25 mei 2018

Overgangsrecht 1 Degene die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is benoemd als lid van het College bescherming persoonsgegevens, is van rechtswege benoemd als lid van de Autoriteit persoonsgegevens. 2 Degene die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is benoemd als voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens, is van rechtswege is benoemd als voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens. 3 Voor het bepalen van het tijdvak van de benoeming, bedoeld in artikel 7, vijfde lid, geldt het tijdvak, vervuld als voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens, voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet als een tijdvak, vervuld als voorzitter van de Autoriteit persoonsgegevens. 4 Op de leden van het College bescherming persoonsgegevens die zijn benoemd of herbenoemd voor 1 januari 2014, blijft artikel 53, derde lid, eerste, tweede en derde volzin, van de Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing, zoals dat luidde voor dat tijdstip. 5 De ambtenaar die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is benoemd in het secretariaat van het College bescherming persoonsgegevens, is van rechtswege benoemd als ambtenaar in het secretariaat van de Autoriteit persoonsgegevens. 6 Besluiten die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet zijn genomen door het College bescherming persoonsgegevens gelden van rechtswege als besluiten, genomen door de Autoriteit persoonsgegevens. 7 In wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij het College bescherming persoonsgegevens voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is betrokken, treedt de Autoriteit persoonsgegevens van rechtswege in de plaats van het College bescherming persoonsgegevens. 8 Op wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij het College bescherming persoonsgegevens voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is betrokken, is het recht van toepassing zoals dit gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet. 9 In samenwerkingsprotocollen treedt op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de Autoriteit persoonsgegevens van rechtswege in de plaats van het College bescherming persoonsgegevens. 10 Op schriftelijke verzoeken als bedoeld in artikel 46 van de Wet bescherming persoonsgegevens, rechtsgedingen op basis van artikel 49 van de Wet bescherming persoonsgegevens en vorderingen op basis van artikel 50 van de Wet bescherming persoonsgegevens, die op het moment van inwerkingtreding van deze wet reeds aanhangig zijn bij de rechtbank is het recht van toepassing zoals dit gold voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet. 11 Een verklaring van rechtmatigheid van de gegevensverwerking die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet is afgegeven op grond van artikel 32, vijfde lid, in samenhang met artikel 22, vierde lid, onder c, van de Wet bescherming persoonsgegevens, geldt van rechtswege als een vergunning in de zin van artikel 33, vierde lid, onder c, van deze wet. 12 Voor zover deze wet daarin niet voorziet, kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels of nadere regels worden gesteld omtrent de invoering van de verordening of deze wet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2023:1262Gerechtshof Den Haag, 11 juli 2023 (verbintenissenrecht)

    Opname in de incidentenregisters wegens fungeren als geldezel in overeenstemming met AVG. Matiging van de duur van de opname, proportionaliteit.

  • ECLI:NL:GHARL:2023:3598Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 mei 2023 (civiel recht)

    Ziggo is verplicht om een waarschuwingsbrief van Brein door te sturen naar haar klant via wiens IP-adres een bibliotheek met e-books online toegankelijk is voor internetgebruikers en als dat nodig…

  • ECLI:NL:GHSHE:2021:1301Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29 april 2021 (civiel recht)

    Verwerking melding kraamzorg over gedrag vader door Veilig Thuis / verzoek wissing na vier jaar / grondslag conform artikel 6 lid 1 onder c AVG / WMO bevat bijzondere regeling, ook voor…

  • ECLI:NL:GHDHA:2021:827Gerechtshof Den Haag, 28 april 2021 (personen- en familierecht)

    Verzoeker in hoger beroep heeft een verzoek tot wraking ingediend tegen één van de drie behandelend raadsheren. Het hof heeft, na schorsing, ter zitting meegedeeld het wrakingsverzoek buiten…

  • ECLI:NL:RBMNE:2021:575Rechtbank Midden-Nederland, 2 februari 2021 (bestuursprocesrecht)

    verzoek informatie persoonsgegevens art 34 Wbp; toepasselijke wetgeving; geen herhaalde aanvraag ex art 4:6 Awb; dwangsom; beroep gegrond

  • ECLI:NL:RBMNE:2019:5430Rechtbank Midden-Nederland, 15 november 2019 (europees bestuursrecht)

    Doorzending per mail en publicatie op het VNG-forum van de gegevens van eiser door verweerder zijn geen onrechtmatige gegevensverwerkingen. Dit moet niet worden beoordeeld op basis van de AVG, maar…

  • ECLI:NL:GHARL:2019:9352Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 5 november 2019 (civiel recht)

    artikel 3:296 BW. artikel 4 sub 2 en 6 AVG. Preambule AVG overwegingen 47 en 50. Artikel 17 en 47 Handvest EU. Artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Artikel 8 en 13 EVRM. Het hof moet beoordelen wiens…

  • ECLI:NL:GHARL:2019:7537Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 september 2019 (civiel recht)

    Verweersters in hoger beroep (moeder en twee meerderjarige dochters) verzoeken op grond van artikel 36 Wbp tot vernietiging van een dossier dat Veilig Thuis heeft opgemaakt naar aanleiding van een…

13 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.