Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming

UAVG

Huidige tekst

Artikel 33 UAVG

Geldt sinds 25 mei 2018

Overige uitzonderingsgronden inzake gegevens van strafrechtelijke aard 1 Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen worden verwerkt, indien: a.de verwerking geschiedt door organen die krachtens de wet zijn belast met de toepassing van het strafrecht, dan wel door verwerkingsverantwoordelijken die deze hebben verkregen krachtens de Wet politiegegevens of de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens; b.de verwerking geschiedt door en ten behoeve van publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van verwerkingsverantwoordelijken of groepen van verwerkingsverantwoordelijken, indien: 1°. de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van de taak van deze verwerkingsverantwoordelijken of groepen van verwerkingsverantwoordelijken; en 2°. bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad; of c.de verwerking noodzakelijk is in aanvulling op de verwerking van gegevens over gezondheid, bedoeld in artikel 30, derde lid, aanhef en onderdeel a, met het oog op een goede behandeling of verzorging van de betrokkene. 2 Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen worden verwerkt door de verwerkingsverantwoordelijke die deze gegevens ten eigen behoeve verwerkt: a.ter beoordeling van een verzoek van betrokkene om een beslissing over hem te nemen of aan hem een prestatie te leveren; of b.ter bescherming van zijn belangen, voor zover het gaat om strafbare feiten die zijn of op grond van feiten en omstandigheden naar verwachting zullen worden gepleegd jegens hem of jegens personen die in zijn dienst zijn. 3 Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard over personeel in dienst van de verwerkingsverantwoordelijke mogen uitsluitend worden verwerkt, indien dit geschiedt overeenkomstig regels die zijn vastgesteld in overeenstemming met de procedure bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden. 4 Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen ten behoeve van derden worden verwerkt: a.door verwerkingsverantwoordelijken die optreden krachtens een vergunning op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus; b.indien deze derde een rechtspersoon is die in dezelfde groep is verbonden als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; of c.indien de Autoriteit persoonsgegevens met inachtneming van het vijfde lid een vergunning voor de verwerking heeft verleend. 5 Een vergunning als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, kan slechts worden verleend, indien de verwerking noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend belang van derden en bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:531Parket bij de Hoge Raad, 28 mei 2021 (civiel recht)

    Onrechtmatige daad. Privacyrecht. Recht om vergeten te worden (art. 17 AVG); tuchtrechtelijke maatregel arts; belangenafweging; proceskosten (art. 47 EU-Handvest).

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:1828Gerechtshof Amsterdam, 15 juli 2025 (civiel recht)

    Regresvordering WAM-verzekeraar op veroorzaker ongeval, artikel 15 lid 1 WAM. 6:108 BW overlijdensschade en affectieschade. Dodelijk verkeersongeval; dekking uitgesloten ivm alcoholgebruik…

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:3519Rechtbank Oost-Brabant, 14 mei 2025 (civiel recht)

    Contradictor. Incident. Vordering voorlopige voorziening. Verzekeringszaak. Schending mededelingsplicht door de verzekerde bij aangaan verzekering. De verzekeraar heeft als sanctie onder meer de naam…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:2068Rechtbank Overijssel, 2 april 2025 (civiel recht)

    Vordering tot verwijdering persoonsgegevens uit externe frauderegistratiesystemen toewijsbaar. Verzekeringsfraude niet voldoende komen vast te staan. Wel voldoende grond voor opname persoonsgegevens…

  • ECLI:NL:GHARL:2023:9394Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 november 2023 (civiel recht)

    Hoger beroep in kort geding. De bank mocht de persoonsgegevens registreren in het IR, EVR en IVR. Verzoek om verwijdering alsnog afgewezen, omdat niet is aangevoerd dat nu nog sprake is van hinder…

  • ECLI:NL:GHDHA:2023:1262Gerechtshof Den Haag, 11 juli 2023 (verbintenissenrecht)

    Opname in de incidentenregisters wegens fungeren als geldezel in overeenstemming met AVG. Matiging van de duur van de opname, proportionaliteit.

  • ECLI:NL:GHARL:2023:3598Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 mei 2023 (civiel recht)

    Ziggo is verplicht om een waarschuwingsbrief van Brein door te sturen naar haar klant via wiens IP-adres een bibliotheek met e-books online toegankelijk is voor internetgebruikers en als dat nodig…

  • ECLI:NL:GHARL:2022:8676Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 oktober 2022 (civiel recht)

    Geen juridische grondslag die Ziggo verplicht om waarschuwingsbrieven van Stichting Brein door te sturen; geen grondslag voor Ziggo om strafrechtelijke persoonsgegevens te verwerken; art. 10 AVG…

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.