Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994

Ur AWR

Huidige tekst

Artikel 28 Ur AWR

Geldt sinds 1 november 2005

  1. 1

    Het tijdvak waarover de loonbelasting moet worden betaald is de kalendermaand of periode van vier aaneengesloten weken. De inspecteur deelt aan de inhoudingsplichtige mee welk tijdvak voor hem in een kalenderjaar van toepassing is.

  2. 2

    Bij een tijdvak van vier aaneengesloten weken vangt het eerste tijdvak van het kalenderjaar aan op de maandag voorafgaande aan de eerste donderdag van het kalenderjaar.

  3. 3

    Bij een tijdvak van vier aaneengesloten weken bevat het kalenderjaar maximaal 13 tijdvakken.

  4. 4

    Bij een tijdvak van vier aaneengesloten weken geldt, in zoverre in afwijking van het tweede lid, dat: a.ingeval het eerste tijdvak van het kalenderjaar aanvangt na 1 januari van het kalenderjaar, de periode vanaf 1 januari tot de aanvang van het eerste tijdvak wordt toegevoegd aan dat eerste tijdvak; b.ingeval het laatste tijdvak van het kalenderjaar eindigt voor 31 december van het kalenderjaar, de periode na het einde van het laatste tijdvak tot en met 31 december van het kalenderjaar wordt toegevoegd aan dat laatste tijdvak; c.ingeval het eerste tijdvak van het kalenderjaar aanvangt in het vorige kalenderjaar, de periode tot en met 31 december van het vorige kalenderjaar wordt toegevoegd aan het laatste tijdvak van het vorige kalenderjaar; d.ingeval het laatste tijdvak van het kalenderjaar eindigt in het volgende kalenderjaar, de periode vanaf 1 januari van het volgende kalenderjaar wordt toegevoegd aan het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar.

  5. 5

    Het tijdvak waarover de loonbelasting moet worden betaald, wordt ten aanzien van degene die op enig tijdstip – anders dan tijdelijk – ophoudt inhoudingsplichtige te zijn, vervangen door het op dat tijdstip verstreken gedeelte van dat tijdvak.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:998Gerechtshof Den Haag, 11 juni 2024 (belastingrecht)

    Artikel 39d Wet LB. Overgangsrecht levensloopregeling. Anders dan belanghebbende betoogt golden in 2021 niet verschillende tekstversies van artikel 39d Wet LB. Fictief genietingsmoment.…

  • ECLI:NL:GHSGR:2008:BE9419Gerechtshof 's-Gravenhage, 27 juni 2008 (belastingrecht)

    Tussen partijen is in hoger beroep uitsluitend in geschil of de opgelegde boeten terecht en tot het juiste bedrag zijn opgelegd, welke vraag door belanghebbende ontkennend en door de Inspecteur…

  • ECLI:NL:GHSGR:2008:BE9425Gerechtshof 's-Gravenhage, 27 juni 2008 (belastingrecht)

    Belanghebbende heeft in het onderhavige tijdvak aan haar werknemers, die van de zogenoemde 35%-regeling (de jaren 1999 en 2000) op basis van gepubliceerd beleid van de staatssecretaris van Financiën…

  • ECLI:NL:GHAMS:2003:AN7842Gerechtshof Amsterdam, 6 november 2003 (belastingrecht)

    Een BV heeft haar loonbelasting gedeeltelijk niet betaald. Daarom heeft de inspecteur een boete opgelegd. Belanghebbende stelt dat sprake is van een verzuim i.p.v. grove schuld en wijt het verzuim…

  • ECLI:NL:GHAMS:2003:AN7643Gerechtshof Amsterdam, 5 november 2003 (belastingrecht)

    Verzuimboete vernietigen wegens het ontbreken van een tweede feitelijke instantie in belastingzaken. Wetsvoostel 29 251, Wet belastingrechtspraak in twee feitelijke instanties. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:GHAMS:2003:AG1652Gerechtshof Amsterdam, 7 april 2003 (belastingrecht)

    02/1372 - 7/4/03 - 2e MK In twee kwartalen zijn bij belanghebbende zwarte werknemers in dienst geweest. Nu daarvan geen administratie is bijgehouden, heeft belanghebbende niet voldaan aan de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.