Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid

Huidige tekst

Artikel 70 Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid

Geldt sinds 1 januari 2021

De raad, de medewerkers van het bureau, de algemeen secretaris en de op grond van artikel 14, eerste lid, aangewezen deskundigen doen geen aangifte van strafbare feiten waarvan ze bij de uitoefening van hun functie bij de raad kennis hebben gekregen, bij een opsporingsambtenaar, met uitzondering van de gevallen bedoeld in de artikelen 160 en 162 van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering, meineed, de bij artikel 81 strafbaar gestelde feiten, alsmede, voor zover deze feiten betrekking hebben op artikel 40, eerste lid, de feiten strafbaar gesteld in: a.de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht; b.de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht BES; c.de artikelen 2:132 tot en met 2:135 en 2:137 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba; d.de artikelen 2:132 tot en met 2:135 en 2:137 van het Wetboek van Strafrecht van Curaçao; e.de artikelen 2:132 tot en met 2:135 en 2:137 van het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.