Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid

Huidige tekst

Artikel 69 Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid

Geldt sinds 1 januari 2021

  1. 1

    Niet kunnen in een strafrechtelijke, tuchtrechtelijke of civielrechtelijke procedure als bewijs worden gebruikt, noch kan een disciplinaire maatregel, een bestuurlijke sanctie of een bestuurlijke maatregel worden gebaseerd op: a.verklaringen van personen, afgelegd in het kader van het onderzoek van de raad, tenzij degene die de verklaring heeft afgelegd daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven; b.met een technisch hulpmiddel vastgelegde communicatie tussen personen die betrokken zijn geweest bij het laten functioneren van een vervoermiddel; c.in het kader van het onderzoek van de raad vastgelegde medische of privé-informatie betreffende personen die betrokken zijn geweest bij een door de raad onderzocht voorval, tenzij de betrokken persoon daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven; d.gegevens die zijn ontleend aan een vluchtrecorder, een cockpit voice recorder of een reisgegevensrecorder, gebruikt in de scheepvaart, en transcripten daarvan; e.meningen, geuit in het kader van het analyseren van het onderzoeksmateriaal; f.door de raad opgestelde documenten, of in opdracht van de raad door derden opgestelde documenten 2 Ten behoeve van een strafrechtelijk of tuchtrechtelijk onderzoek of een procedure tot oplegging van een disciplinaire maatregel, een bestuurlijke sanctie of een bestuurlijke maatregel kunnen gegevensdragers als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, c, d en f, met uitzondering van het in artikel 55, eerste lid, bedoelde rapport, niet ter inzage worden gevorderd of in beslag worden genomen. Op verzoek kunnen verklaringen als bedoeld in het eerste lid onderdeel a echter ter inzage worden gegeven, indien degene die de verklaring heeft afgelegd, daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven en kan informatie als bedoeld in onderdeel c ter beschikking worden gesteld, indien degene wie de informatie betreft, daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven. 3 In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen gegevensdragers als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d, als bewijs worden gebruikt en ter inzage worden gevorderd of in beslag worden genomen, indien het een strafrechtelijk onderzoek betreft naar een gijzeling, moord, doodslag of een strafbaar feit met het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te destabiliseren of te vernietigen. 4 De raad, de medewerkers van het bureau, de algemeen secretaris en de op grond van artikel 14, eerste lid, aangewezen deskundigen worden ter zake van een onderzoek waarbij zij betrokken zijn of zijn geweest, niet als getuige of deskundige opgeroepen. 5 Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, en het tweede lid voor zover het betrekking heeft op een gegevensdrager als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing bij de vervolging van een getuige of deskundige ter zake van meineed in verband met een door hem voor de raad afgelegde verklaring.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2013:2333Parket bij de Hoge Raad, 26 november 2013 (strafrecht)

    HR: art. 81.1 RO

  • ECLI:NL:HR:2012:BW7948Hoge Raad, 12 juni 2012 (strafrecht)

    OM-cassatie. Schuld in de zin van art. 307 Sr en art. 130 WMSr. Onder schuld als delictsbestanddeel wordt een min of meer grove of aanmerkelijke schuld verstaan. Of sprake is van dergelijke schuld in…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BW7948Parket bij de Hoge Raad, 12 juni 2012 (strafrecht)

    OM-cassatie. Schuld in de zin van art. 307 Sr en art. 130 WMSr. Onder schuld als delictsbestanddeel wordt een min of meer grove of aanmerkelijke schuld verstaan. Of sprake is van dergelijke schuld in…

  • ECLI:NL:PHR:2010:BO2966Parket bij de Hoge Raad, 14 december 2010 (strafrecht)

    Schipholbrand. 1. Wrakingsverzoek rechter-commissaris. 2. Afwijzing verzoek om deskundige te benoemen. Ad 1. Redelijke wetsuitleg brengt mee dat het verzoek tot wraking van een rechter-commissaris…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:8617Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 december 2025 (civiel recht)

    Hoger beroep van ECLI:NL:RBNNE:2024:771. Dodelijk ongeval tussen auto en trein op onbewaakte spoorwegovergang bij Scheemda. Arriva vordert schadevergoeding van de WAM-verzekeraar van de auto. In de…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:11285Rechtbank Rotterdam, 18 september 2024 (civiel recht)

    Schadevaring tussen containerschip en niet-opgetopte giek van havenkraan. Loods. Gebruik VDR-gegevens. Kraan was niet behoorlijk verlicht en te bekwamer plaatse vastgemaakt (artikel 8:546 BW). Schuld…

  • ECLI:NL:RBDHA:2020:6131Rechtbank Den Haag, 3 juli 2020 (strafrecht)

    Strafzaak MH17. De rechtbank heeft bij tussenuitspraak beslist op de verzoeken en de vorderingen die door de verdediging, het Rechtsbijstandsteam MH17 en het Openbaar Ministerie zijn gedaan.

  • ECLI:NL:RBROT:2020:3391Rechtbank Rotterdam, 25 maart 2020 (verbintenissenrecht)

    Aanvaring tussen loodskotter en vrachtschip. Uitleg van een beperkt manoeuvreerbaar schip in de zin van de Colregs. Geen (goede) uitkijk door loodskotter. Fouten vrachtschip staan niet in causaal…

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.