Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie

Huidige tekst

Artikel 41 Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    Indien en vanaf het moment dat de president of een vice-president als rechter wordt geschorst of ontslagen is hij van rechtswege geschorst respectievelijk ontslagen als lid van het bestuur van het Hof. De schorsing van rechtswege eindigt op het moment dat de schorsing als lid van het Hof eindigt.

  2. 2

    De leden van het bestuur van het Hof worden op eigen verzoek bij koninklijk besluit als zodanig ontslagen. De voordracht voor het besluit wordt gedaan op voorstel van Onze Ministers gezamenlijk.

  3. 3

    De leden van het bestuur van het Hof worden bij koninklijk besluit als zodanig ontslagen in geval van ongeschiktheid anders dan door ziekte. De voordracht voor het besluit wordt gedaan op voorstel van Onze Ministers, gehoord het bestuur.

  4. 4

    Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de rechtspositie van de leden van het bestuur van het Hof.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.