Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie

Huidige tekst

Artikel 38 Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie

Geldt sinds 10 oktober 2010

Leden en plaatsvervangend leden van het Hof alsmede hun echtgenoten of geregistreerde partners en minderjarige kinderen voor zover zij met hen een gemeenschappelijke huishouding voeren, zijn van rechtswege toegelaten tot de landen. Aan de leden en plaatsvervangend leden van het Hof en hun echtgenoten of geregistreerde partners worden geen nadere voorwaarden gesteld voor de uitoefening van een beroep of het verrichten van arbeid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:OGHACMB:2020:234Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 24 september 2020 (bestuursrecht)

    De Gouverneur heeft de verklaring van appellant ter verkrijging van het Nederlanderschap door optie terecht geweigerd aangezien niet is voldaan aan het vereiste voor verkrijging van Nederlanderschap…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.