Regeling uitkeringen niet-pensioengerechtigden van land- en zeemacht 1948, Stb. I 543

Huidige tekst

Artikel 3 Regeling uitkeringen niet-pensioengerechtigden van land- en zeemacht 1948, Stb. I 543

Geldt sinds 27 juli 1974

  1. 1

    De uitkering, bedoeld in artikel 1, onder a of b, gaat, behoudens het tweede lid en artikel 9, in te rekenen van de datum, waarop de rechthebbende de leeftijd van zestig jaren heeft bereikt. Indien hij blijvend ongeschikt wordt verklaard om in zijn onderhoud te voorzien uit hoofde van ziekten of gebreken, niet het gevolg van eigen moedwillige handelingen of ongeregeld gedrag, gaat de uitkering in op de dag, waarop de aanvrage daartoe is ingekomen. De datum van ingang der uitkering wordt in vorenbedoelde gevallen nimmer gesteld op een eerder tijdstip dan 1 Januari 1947.

  2. 2

    De uitkering waarop een officier krachtens artikel 1, onder a of b, recht heeft, alsmede de uitkering bedoeld in artikel 1, onder c, gaat, behoudens artikel 9, in te rekenen van de datum waarop de rechthebbende de leeftijd van vijfenzestig jaren heeft bereikt, doch niet eerder dan met ingang van 1 januari 1966.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.