Regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen

Huidige tekst

Artikel 1:4 Regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen

Geldt sinds 1 januari 2020

Tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende sancties 1 Vrijheidsbenemende sancties worden zoveel mogelijk aaneensluitend op elkaar ten uitvoer gelegd overeenkomstig de navolgende volgorde: a.inverzekeringstelling; b.voorlopige hechtenis; c.vrijheidsstraf die in het buitenland is opgelegd en die ingevolge wederzijdse erkenning of overdracht in Nederland ten uitvoer wordt gelegd; d.schorsing of herroeping van de beslissing tot voorwaardelijke invrijheidstelling; e.gevangenisstraf, hechtenis of jeugddetentie; f.voorwaardelijke gevangenisstraf of voorwaardelijke hechtenis, alsmede de voorlopige tenuitvoerlegging daarvan; g.militaire detentie, alsmede de voorwaardelijke militaire detentie; h.vervangende hechtenis of vervangende jeugddetentie ter zake van vrijheidsbeperkende sancties, waaronder taakstraffen; i.vervangende hechtenis ter zake van geldboetes of buitenlandse geldelijke sancties, waaronder buitenlandse confiscatiebeslissingen; j.vervangende hechtenis ter zake van kosten van openbaarmaking van uitspraken van bijkomende straffen; k.gijzeling of vervangende hechtenis ter zake van schadevergoedingsmaatregelen, ontnemingsmaatregelen en strafbeschikkingen strekkende tot de betaling van een geldsom, alsmede lijfsdwang bij ontnemingsmaatregelen; l.overige vrijheidsbenemende sancties met uitzondering van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege, plaatsing in een inrichting voor jeugdigen of plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders; m.terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege, plaatsing in een inrichting voor jeugdigen of plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders. 2 De terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege of plaatsing in een inrichting voor jeugdigen wordt opgeschort, indien tijdens de tenuitvoerlegging van die maatregelen het vonnis of arrest van een andere vrijheidsbenemende sanctie, met uitzondering van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, onherroepelijk wordt. De tenuitvoerlegging van die maatregelen wordt voortgezet vanaf het moment dat de vrijheidsbeneming op grond van het tussentijds onherroepelijk geworden vonnis of arrest eindigt. 3 De plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders kan worden opgeschort, indien het vonnis of arrest van een andere vrijheidsbenemende sanctie tijdens die plaatsing onherroepelijk is geworden en uit een persoonsgerichte beoordeling volgt dat die sanctie eerst ten uitvoer moet worden gelegd. De plaatsing wordt voortgezet vanaf het moment dat de vrijheidsbeneming op grond van het tussentijds onherroepelijk geworden vonnis of arrest eindigt. 4 Bij de beoordeling, bedoeld in het derde lid, worden in ieder geval betrokken: a.de aard en de ernst van het strafbare feit dat ten grondslag ligt aan de vrijheidsbenemende sanctie waarvan het vonnis of arrest onherroepelijk is geworden; b.de duur van vrijheidsbeneming op grond van het vonnis of arrest alsmede de mate waarin voortzetting van de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders na de opschorting daarvan nog kan bijdragen aan de doelstellingen, bedoeld in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6726Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 oktober 2026 (strafrecht)

    Het hof wijst verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis voor het uitzitten van een onherroepelijke straf af.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:6785Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 juli 2026 (strafrecht)

    Schorsen voorlopige hechtenis met als doel een gevangenisstraf uit te zitten. De vrijheidsrechten van een persoon hangen niet af van hoe de Staat haar organisatie intern regelt. De executievolgorde…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:6488Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 juli 2026 (strafrecht)

    schorsing VH ter executie gevangenisstraf; de overgang van de executiebevoegdheid van het OM naar de Minister van Justitie mag geen wijziging brengen in de autonome uitleg van het Europeesrechtelijke…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:6491Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 juli 2026 (strafrecht)

    Schorsing VH ter executie van een gevangenisstraf: standpunt OM is innerlijk tegenstijdig.

  • ECLI:NL:GHARL:2025:7154Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 november 2025 (strafrecht)

    Het hof bevestigt een beschikking waarin een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis voor het uitzitten van een onherroepelijke gevangenisstraf is afgewezen. Het hof wijdt overwegingen aan…

  • ECLI:NL:RBDHA:2022:2355Rechtbank Den Haag, 17 maart 2022 (civiel recht)

    Kort geding. Afwijzing vorderingen. Eiser heeft met betrekking tot een door de politierechter uitgesproken tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf vijf dagen te lang vastgezeten. Er is…

  • ECLI:NL:RBZWB:2021:3851Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 juli 2021 (strafrecht)

    verzoek schorsing om een “oude” straf uit te zitten

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.