Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar

Rpetz

Huidige tekst

Artikel 4 Rpetz

Geldt sinds 1 juli 2023

Het plan van aanpak 1 Indien uit het oordeel van de bedrijfsarts of de arbodienst, bedoeld in artikel 2, tweede of derde lid, blijkt dat er nog mogelijkheden zijn om de terugkeer naar arbeid van de werknemer te bevorderen, stelt de werkgever in overeenstemming met de werknemer, binnen twee weken na het oordeel een plan van aanpak op. 2 Het plan van aanpak, bedoeld in het eerste lid, omvat in ieder geval: a.de door de werkgever en de werknemer te ondernemen activiteiten gericht op inschakeling in de arbeid, de daarmee te bereiken doelstellingen, de termijnen waarbinnen die doelstellingen naar verwachting kunnen worden bereikt, alsmede de visie van de werkgever en de werknemer hierop; b.afspraken omtrent de momenten waarop de in het plan van aanpak overeengekomen activiteiten door de werkgever en de werknemer worden geëvalueerd, die evaluatie vindt periodiek, en in ieder geval aan het einde van het eerste ziektejaar plaats, en omvat de visie van de werkgever en de werknemer hierop; en c.aanwijzing van een persoon die de overeengekomen activiteiten begeleidt en het contact verzorgt tussen werknemer, werkgever en bedrijfsarts of arbodienst. 3 Het plan van aanpak wordt schriftelijk vastgelegd. De werkgever verstrekt hiervan onverwijld een afschrift aan de werknemer, de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde persoon en de bedrijfsarts of de arbodienst. 4 De werkgever draagt er zorg voor dat de bedrijfsarts of de arbodienst de werknemer regelmatig hoort over het verloop van de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid en verlangt indien het verloop van de ongeschiktheid naar het oordeel van de bedrijfsarts of de arbodienst bijstelling van het plan van aanpak noodzakelijk maakt, hieromtrent onverwijld advies van de bedrijfsarts of de arbodienst aan zichzelf en de werknemer. 5 Het plan van aanpak wordt bijgesteld indien de evaluatie van dat plan van aanpak of het in het vierde lid bedoeld advies van de bedrijfsarts of de arbodienst daartoe aanleiding geeft. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:723Rechtbank Oost-Brabant, 4 februari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Doorbetalingsverplichting ziektewetuitkering. Re-integratieactiviteiten onvoldoende. Ten onrechte door bedrijfsarts aangenomen dat er geen benutbare mogelijkheden waren.

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:4119Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 juni 2024 (arbeidsrecht)

    Verzoek ontbinding van de arbeidsovereenkomst door werknemer. Werknemer is arbeidsongeschikt. Werkgever blijft, ondanks sommaties en vonnissen, weigeren aan zijn re-integratieverplichtingen te…

  • ECLI:NL:RBZWB:2024:46Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 januari 2024 (arbeidsrecht)

    Verzetvonnis in kort geding. In het verstekvonnis zijn de loonvordering en nevenvorderingen toegewezen. Werknemer heeft zich ziek gemeld en werkgever is op enig moment gestopt het loon door te…

  • ECLI:NL:RBMNE:2023:1486Rechtbank Midden-Nederland, 5 april 2023 (arbeidsrecht)

    Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst op de e-grond omdat de werknemer onvoldoende medewerking aan de re-integratie zou hebben verleend, toewijzing ontbindingsverzoek op de g-grond.…

  • ECLI:NL:GHSHE:2022:491Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17 februari 2022 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht WWZ. ernstig verwijtbaar handelen van werkgever door niet naleving re-integratieverplichtingen en ten onrechte doorvoeren van loonstops

  • ECLI:NL:RBZWB:2019:900Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 februari 2019 (civiel recht)

    Wwz-zaak. BW artt. 7:658a lid 3; 7:669 lid 3 sub g; 7:671b lid 8 sub c; 7:673; 7:673b lid 1; 7:686a lid 3. Ontbinding wegens verstoorde arbeidsverhouding. Geen transitievergoeding. Gelijkwaardige…

  • ECLI:NL:RBZWB:2018:5185Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 augustus 2018 (bestuursrecht)

    Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 5 februari 2018 (bestreden besluit) van het UWV inzake zijn uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW).

  • ECLI:NL:RBOBR:2013:CA0905Rechtbank Oost-Brabant, 16 mei 2013 (socialezekerheidsrecht)

    Eiser heeft het Uwv gevraagd de loondoorbetalingsplicht van zijn werkgeefster te verlengen. Het Uwv heeft dit geweigerd. Aan eiser kan worden toegegeven dat verweerder geen schriftelijk stuk met de…

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.