Huidige tekst
Artikel 5.3.103 REES 2021
- 1
Uitgaven voor de bestrijding van ziekten en plagen zijn subsidiabel. In het geval van middelen voor biologische of geïntegreerde gewasbescherming zijn de volgende kosten subsidiabel: a.macrobiologische bestrijders en nematoden, die zijn toegelaten op grond van artikel 4.30 van de Omgevingsregeling in samenhang met Bijlage VIIb van de Omgevingsregeling; b.microbiologische bestrijders die zijn toegelaten op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; c.overige gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong die zijn toegelaten op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; d.middelen voor feromoonverwarring die zijn toegelaten op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; e.feromonen als lokstof; f.kalkmelk voor de fruitteelt; g.organismen, voeding en middelen voor dosering ter ondersteuning van biologische gewasbescherming; h.natuurlijke vijanden waarvoor een ontheffing van de minister geldt; i.natuurlijke vijanden waarvoor het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden een ‘dringend vereiste’ vergunning heeft afgegeven; en j.gewasbeschermingsmiddelen met laagrisico stoffen of basisstoffen die zijn toegelaten door het College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en voorzien zijn van N-nummer;
- 2
In het geval van biologische gewasbeschermingsmiddelen zijn de volgende kosten subsidiabel: a.een scoutbox voor automatische detectie en diagnose van plagen; b.de kosten voor de scoutbox-softwarelicentie; c.sporenfilters voor de champignonteelt; d.vangplaten en rollertraps; en e.zaaizaad Tagetes als aaltjesbestrijders.
- 3
Niet subsidiabel zijn: a.gewasbescherming van conventionele, niet natuurlijke oorsprong; b.toeslag voor behandelingskosten doorbelast door leveranciers of plantenkwekers; en c.ondersteunende materialen zoals afdichtingsmateriaal ten behoeve van het afdichten van champignoncellen.