Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021

REES 2021

Huidige tekst

Artikel 5.1.3b REES 2021

Geldt sinds 3 mei 2023

Berekening subsidiabele kosten met forfait voor overige kosten 1 Voor de berekening van de subsidiabele kosten kiest de aanvrager uit één van de berekeningswijzen genoemd in het tweede of derde lid. 2 De subsidiabele kosten kunnen worden berekend door: a.in het geval van arbeidskosten, het aantal aan het project bestede uren te vermenigvuldigen met: 1°. voor eigen arbeid, een uurtarief van € 43; 2°. voor loonkosten, een per medewerker bepaald individueel uurtarief, berekend overeenkomstig artikel 5.1.3, tweede lid; en b.de in onderdeel a berekende arbeidskosten te vermenigvuldigen met 0,4 voor de overige kosten. 3 De subsidiabele kosten kunnen worden berekend door het aantal aan het project bestede uren te vermenigvuldigen met de volgende uurtarieven: 1°. € 54,– voor de arbeidskosten van een projectmedewerker; 2°. € 60,– voor de arbeidskosten van een landbouwer; 3°. € 95,– voor de arbeidskosten van een adviseur; 4°. € 107,– voor de arbeidskosten van een projectleider/ expert. 4 Indien deelnemers aan een samenwerkingsverband het tweede lid van dit artikel toepassen voor de berekening van de subsidiabele kosten, worden de overige kosten van een kennisinstelling die gebruik maakt van de integrale kostensystematiek, bedoeld in artikel 1.3b, eerste lid, niet toegerekend aan het project. 5 Indien investeringskosten of meerdere percentages van de subsidiabele kosten onderdeel kunnen zijn van de berekening van de hoogte van de subsidie, maakt de aanvrager geen gebruik van de berekeningswijze, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.