Regeling dierlijke producten

Huidige tekst

Artikel 3.22 Regeling dierlijke producten

Geldt sinds 1 januari 2013

Aangifte- en ophaalplicht 1 De houder van aangewezen dierlijke bijproducten doet zo spoedig mogelijk na het ontstaan daarvan aangifte bij de ondernemer, maar uiterlijk op de eerste werkdag, volgend op de dag waarop die bijproducten zijn ontstaan. 2 De ondernemer haalt de bijproducten, bedoeld in het eerste lid, op uiterlijk op de werkdag die volgt op de dag waarop de aangifte heeft plaatsgevonden. 3 In afwijking van het tweede lid kunnen de ondernemer en de aanbieder van aangewezen dierlijke bijproducten overeenkomen dat kadavers: a.met een gewicht tot 25 kilo en kadavers van varkens met een gewicht tot 200 kilo ten minste één keer in de twee weken op een vaste werkdag worden opgehaald; b.van pluimvee ten minste één keer in de vier weken op een vaste werkdag worden opgehaald. 4 De aangifte van dierlijke bijproducten als bedoeld in het derde lid, onderdeel a en b vindt uiterlijk plaats op de laatste werkdag voorafgaand aan de werkdag, bedoeld in die onderdelen. 5 De aangifte gebeurt telefonisch of elektronisch, onder opgave van: a.de soort en de hoeveelheid van het materiaal; b.de plaats waar het materiaal zich bevindt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHARL:2025:3847Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 juni 2025 (strafrecht)

    Economische zaak. Onthouden van de nodige verzorging aan runderen, niet houden aan bedrijfsgezondheidszorg- en bedrijfsbehandelplan en kadavers niet tijdig aangemeld. Veroordeling tot deels…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:3848Rechtbank Overijssel, 16 juni 2025 (strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, een taakstraf van 240 uren, een voorwaardelijke geldboete van € 300,- en stelt dat hij gedurende proeftijd…

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:3849Rechtbank Overijssel, 16 juni 2025 (strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 60 uren, waarvan 30 uren voorwaardelijk en een voorwaardelijke geldboete van € 300. De verdachte is schuldig bevonden aan medeplegen van…

  • ECLI:NL:RBNNE:2024:4727Rechtbank Noord-Nederland, 3 december 2024 (strafrecht)

    Veroordeling voor het opzettelijk medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 6.2, derde lid, van de Wet dieren, meermalen gepleegd, en het opzettelijk overtreden van een…

  • ECLI:NL:CBB:2024:409College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18 juni 2024 (bestuursrecht)

    Boete. De minister heeft aangetoond dat appellant artikel 3.4, eerste lid, van de Wet dieren heeft overtreden. Gelet op de toestand van de kadavers en de ouderdom die de toezichthouder daaruit heeft…

  • ECLI:NL:RBOVE:2024:2829Rechtbank Overijssel, 30 mei 2024 (strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke geldboete van € 75.000,00, met een proeftijd van 5 jaren en een bijzondere voorwaarde dat de verdachte geen dieren onderhoudt tijdens de…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:261Rechtbank Rotterdam, 19 januari 2024 (bestuursstrafrecht)

    Boetes opgelegd aan schapenhouders omdat kadavers niet werden aangemeld en zo aan verdere overdracht en verwerking werden onttrokken. Overtreding terecht vastgesteld en boetes terecht opgelegd; wel…

  • ECLI:NL:RBOVE:2023:3287Rechtbank Overijssel, 14 augustus 2023 (strafrecht)

    De verdachte wordt veroordeelt tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 3 jaren voor het opzettelijk slecht zorg dragen voor runderen en een pink in…

26 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.