Paspoortwet

Ppw

Huidige tekst

Artikel 34 Ppw

Geldt sinds 1 oktober 2017

  1. 1

    Bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige wordt een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Indien de minderjarige onder voorlopige voogdij is geplaatst van een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet in het Europese deel van Nederland onderscheidenlijk voorlopig is toevertrouwd aan een Voogdijraad in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten, wordt evenwel een verklaring van toestemming van de desbetreffende gecertificeerde instelling dan wel van de desbetreffende Voogdijraad overgelegd.

  2. 2

    Indien bij gezamenlijke gezagsuitoefening een van de personen die het gezag uitoefenen, weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid, af te geven, kan deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen de beide personen beproeft.

  3. 3

    Indien een persoon die het gezag uitoefent, de desbetreffende gecertificeerde instelling of de desbetreffende Voogdijraad een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid weigert, kan deze op verzoek van de minderjarige van twaalf jaren of ouder worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter.

  4. 4

    Indien bij gezamenlijke gezagsuitoefening het als gevolg van oorlog, oproer, natuurrampen of daaraan verwante dan wel daarmee samenhangende omstandigheden feitelijk onmogelijk is een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid, te verkrijgen van de andere persoon die het gezag uitoefent, kan deze in afwijking van het eerste lid worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter.

  5. 5

    De rechter geeft in de in het tweede, derde en vierde lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Daarbij kan als voorwaarde worden gesteld dat de geldigheidsduur of de territoriale geldigheid van het aangevraagde reisdocument wordt beperkt.

  6. 6

    Een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid, behoeft niet te worden overgelegd bij de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een vervangende Nederlandse identiteitskaart door of ten behoeve van een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2014:3070Hoge Raad, 31 oktober 2014 (civiel recht)

    IPR. Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter. Verzoek tot vervangende toestemming voor afgifte paspoort ten behoeve van in het buitenland verblijvende minderjarige, art. 34 lid 2 Paspoortwet.…

  • ECLI:NL:PHR:2014:1739Parket bij de Hoge Raad, 5 september 2014 (civiel recht)

    IPR. Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter. Verzoek tot vervangende toestemming voor afgifte paspoort ten behoeve van in het buitenland verblijvende minderjarige, art. 34 lid 2 Paspoortwet.…

  • ECLI:NL:PHR:2011:BQ3898Parket bij de Hoge Raad, 9 september 2011 (civiel recht)

    Art. 81 RO. Verzoek tot vervangende toestemming voor afgifte paspoort ten behoeve van minderjarige op de voet van art. 34 lid 2 Paspoortwet.

  • ECLI:NL:HR:2010:BK5014Hoge Raad, 29 januari 2010 (civiel recht)

    Procesrecht. Partijen noch hun advocaten zijn ter zitting verschenen. Art. 2.4.7. van het procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven verplichtte het hof niet vanwege een…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:6146Rechtbank Overijssel, 25 september 2026 (civiel recht)

    Zelfstandige verzoeken van vader tot opheffing OTS, vervangende toestemming paspoort, inschrijving school, wijziging hoofdverblijfplaats en vaststellen omgang. Niet-ontvankelijkheid omdat niet is…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29375Rechtbank Den Haag, 2 september 2026 (civiel recht)

    Volgt

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:26345Rechtbank Den Haag, 11 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Vervangende toestemming vakantie, paspoort en veroordeling proceskosten

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:26177Rechtbank Den Haag, 10 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Vervangende toestemming vakantie en paspoort. Rechtsmacht aangenomen met analoge toepassing van artikel 9 onder b Rv.

216 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.